Categorie

Columns

Stilte. Alleen het ruisen van de koffieautomaat. Ik zit in een klinische ruimte. Er is poging gedaan het huiselijk te maken. Er staan een bank en fauteuils. En er is een tafel met tijdschriften. Er hangt een reproductie van een oud schilderij aan de muur. Maar het tl-licht stelt alles in een onbarmhartig kil licht. Opdat je het niet vergeet: dit is de wachtruimte van de PET-scan. Familieleden kunnen er plaats nemen.
Het is Oudejaarsdag. Ik zit in mijn werkkamer. Uitzicht op het Papendrechtse Vondelpark. Het is mistig. Ik begin mijn dag. Wat later dan gewoonlijk. Na alle diensten van de afgelopen dagen mocht ik van mezelf iets later opstaan. Ik heb ook nog eens uitgebreid de krant gelezen.
Ik begon ermee toen ik in mijn tweede gemeente kwam. De kerken waren er groot en vol. Leuk misschien, maar ik had al snel het gevoel dat ik in die grote overvolle kerken het contact met de kerkgangers kwijtraakte. Ik ontwikkelde daardoor zelfs een vorm van kanselvrees. De nachten vóór de zondag lag ik panisch wakker. Toen besloot ik tot wat ik dertig jaar vol zou houden: mijn preken uit het hoofd te leren.
Het woord ‘klimaatverandering’ kent al vele varianten. Klimaatakkoord. Klimaatprotest. Klimaatdrammer. Maar deze kende ik nog niet: klimaatdepressief. Ik kwam het woord vanmorgen tegen toen ik Trouw opsloeg.
Vorige week was op tv de documentaire ‘De terugkeer van drs. P.’ te zien. Heinz Polzer alias drs P. werd bekend van absurdistische liedjes en rijmpjes. Humor was zijn meest bekende eigenschap. Maar zijn leven kende ook tragiek. Er ging het een en ander scheef in zijn huwelijk. Met verdrietige gevolgen.
Woodstock is de moeder van alle muziekfestivals. Morgen is het 50 jaar geleden dat het begon. Het drie dagen durende event trok 500.00 mensen. Ze zagen en hoorden een parade van artiesten die er destijds (en nog lang daarna) ertoe deden.
Column

Oerboek

Ik kreeg het op mijn negentiende verjaardag: het boek ‘Ik en Gij’ van Martin Buber. Een tegelijk filosofisch en spiritueel werk. Toen ik het las, was het alsof de bliksem bij me insloeg. Sindsdien heb ik het vele malen herlezen. Zóveel dat het eerste exemplaar letterlijk stukgelezen werd en ik een nieuwe moest kopen. ‘Ik en Jij’ heet het nu.
We hadden Bas Haring op bezoek. ‘We’, dat zijn de mensen van De Morgenster, mijn kerk. We bestonden 100 jaar. Daarom was er een feestweek. En we wilden, naast van andere activiteiten, ook iets doen voor de samenleving van Papendrecht. En dus nodigden we Bas Haring uit, ‘volksfilosoof’ zoals hij zelf zegt.
'Poëzie wordt gelezen door de liefhebbers van poëzie en gehoord door een paar anderen die zich mee laten tronen naar café of stadsbibliotheek voor een dubbelfocuslezing. Er zijn misschien een miljoen liefhebbers van poëzie op de hele wereld. Minder dan beoefenaars van het canasta.'
Ooit gingen wij van een groot naar een kleiner huis. Vooraf deden we al veel spullen weg. Maar toen de verhuisdozen in het nieuwe huis kwamen, bleek er voor de inhoud van zo’n dertig dozen nog steeds geen plek! Een mens heeft meestal meer dan hij denkt.