Het is stil. Af en toe hoor je de voetstappen van personeel
dat aan komt lopen. Wanneer ze langs de glazen wand lopen, werpen sommigen een
vluchtige blik naar binnen. Ik ben de enige in de kamer. Ik wacht op mijn
vrouw. Na vijf jaar controle dacht ze klaar te zijn. Niet dus. Er was iets
ontdekt. Kan loos alarm zijn. Maar zo’n PET-scan van twee uur laten ze niet
voor niets maken.
Het is stil. Alleen het ruisen van de koffieautomaat. Ik
lees een boek. ‘In den beginne’ van Meir Shalev. Ondanks de spanning van de
afgelopen dagen kan ik me goed concentreren. Maar is het alsof de stilte een
onderdrukt stemmetje hoorbaar maakt. Eerst komt er een dichtregel bij me op. Van
W.H. Auden: In headaches and in worry /
Vaguely life leaks away. En dan bid ik. Of liever: het begint stil in mij
te bidden. Met alleen het ruisen van de koffieautomaat op de achtergrond.