Eén artikel blijft tot achter mijn bureau in mijn hoofd
hangen. Het gesprek van Stevo Akkerman met Thierry Baudet. Niet mijn man,
Baudet. Maar hij brengt mij ook in verwarring. De ene keer komt hij over als
zeer arrogant. Denk aan die keer dat hij in gesprek ging met Rutte en vroeg
naar diens tranen. We zagen een kille blik.
Maar een volgende keer zien we een sympathiekere kant, zoals in Trouw vanmorgen. Dan zien we een beschaafde, voorkomende Baudet. Zijn vleugel. Zijn liefde voor cultuur in het algemeen. Oké, hij koketteert er ook mee. Maar hij is niet dom. Tegelijk blijft hij ongrijpbaar. Want hij kan als de beste dat sympathieke beeld zelf weer stukslaan. Ook in hetzelfde artikel trouwens.
Dan drijven mijn gedachten naar Bonhoeffer. Vanavond zal ik hem in de Oudejaarsdienst ter sprake brengen. Komend jaar zal het 75 jaar geleden zijn dat hij werd omgebracht. Bonhoeffer, een aristocratisch christen. De term is niet van mezelf, maar van mijn vroegere hoogleraar Gerard Rothuizen.
Bonhoeffer was ook een man van cultuur. Opgegroeid met muziek
en boeken. Geen man van de barricades. Dat gold in zijn milieu als onbeschaafd.
Een ware aristocraat houdt immers iets gereserveerds. Toch koos Bonhoeffer partij
in de donkere tijden waarin hij leefde. Het kwam hem duur te staan. Maar tot in
de gevangenis bleef hij voornaam. Ook in de nachten dat Berlijn gebombardeerd
werd en alle gevangenen stierven van angst.
Het maakte indruk. Bonhoeffer schreef geschiedenis. Maar hoe herken je de geschiedenis als je er middenin zit? Geert Mak houdt er deze dagen televisieuitzendingen over. Een vergelijking met Bonhoeffer zou misplaatst en goedkoop zijn. Niemand kan die vergelijking aan en dus ook Baudet niet. Maar mijn hoofd blijft maar puzzelen: wie is Baudet?
Het is mistig boven Papendrecht. Het is tien uur. Maar het knalt al overal. Daardoor zal het misschien nog mistiger worden. Maar vanavond, op de drempel van een nieuw decennium, zullen we zingen. ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’.