literatuur

publicaties
Boek

Koos van Zomeren – We gaan zo

Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit eerder ‘een Koos van Zomeren’ las. Zo noemt een vriend van me dat: ‘een Koos van Zomeren’. Hij is een adept. Op zijn aanraden greep ik er dan ook naar één. Zijn nieuwste. Een dagboek. Het beviel – maar deels.

Boek

Abdelkader Benali – Gids in verwondering

De lijst van publicaties van Abdelkader Benali is lang. Hij is een gevestigd schrijver. Als hij dan een boek zijn ‘levenswerk’ noemt, is het extra opletten geblazen: dit moet wel een bijzonder boek zijn.

Boek

Jan Bouwstra – De krekel, het bos en de wereld: Filosofische fabels

Al zolang er literatuur bestaat worden er dierenfabels geschreven. De Griekse dichter Aesopus en de Franse schrijver Jean de La Fontaine zijn de bekendste schrijvers van fabels. Hier te lande kennen we natuurlijk Toon Tellegen. Het aardige van dierenfabels is dat menselijke eigenschappen of problemen op dieren overgedragen kunnen worden. Jan Bouwstra laat de dieren filosoferen.

Boek

Gerbrand Bakker: Aan mij heb je niks

Van Gerbrand Bakker werden al drie delen in de befaamde reeks van Privé-domein uitgegeven. Er is nu een vierde deel aan toegevoegd. Geen enkele andere Nederlandse schrijver werd die eer toebedeeld. En ik heb het gevoel dat het niet het laatste deel zal zijn. Bakker lezen werkt verslavend.

Boek

Toon Tellegen – Requiem voor de onwerkelijkheid

Toon Tellegen is bekend van verhalen en van (vaak surrealistische) gedichten. Waar gaat het in dit boek dan om: om verhaaltjes of gedichten? Ik aarzel. Al tendeer ik meer naar verhalen. Ze gaan over de dood. Tellegen is al langer met de dood bezig.

Boek

Jon Fosse: Ales bij het vuur

De schrijver Jon Fosse, de Nobelprijwinnaar van 2023, is in Nederland vooral bekend vanwege zijn ‘Septologie’, een verhaal in zeven delen. Ik las ze ademloos. Geheel dankzij zijn geheel eigen manier van vertellen.

Boek

Arnon Grunberg: Waarheidsliefde en biefstuk

‘Je hoeft maar drie regels te lezen uit met name zijn latere werk en je weet: dat is Reve. Veel mensen zien dat als een teken van kracht, ik zie het eerder als een zwakte.’ Aldus Arnon Grunberg in zijn nieuwste essaybundel. Laat dat nu uitgerekend de reden zijn waarom ik – al vanaf ‘Blauwe maandagen’ en ‘De troost van slapstick’ - de fictie van Grunberg zelf minder waardeer dan zijn essays: ik mis een eigen vertelstem.