In zijn nieuwste gedichtenbundel ‘Langs een helling’ (zie hier) is de dood ook al een rode draad. De dichter voelt zijn einde naderen. Zou hij daarom gevraagd zijn om de tekst voor dit muziekstuk te schrijven? Want dat de tekst bedoeld is voor een muzikaal requiem, lees ik achterin het boekje. Ik ken het muziekstuk zelf niet.

De hoofdstukken van het dunne boekje volgen de structuur van het beroemde requiem van Mozart. Maar de korte onderdelen geven een geheel eigen wending aan het genre. Een man ontmoet een engel. Al snel zal blijken dat het in de engel om de dood zelf gaat. De dood is de werkelijkheid. Deze wereld is de onwerkelijkheid uit de titel. We horen hoe de man in deze onwerkelijkheid altijd al bezig was met de dood.

Onwerkelijkheid - zo kijken mensen met een bijna-dood-ervaring na hun 'terugkeer' ook tegen de dagelijkse werkelijkheid aan. Wat zij in hun bijna-dood-ervaring meemaakte was onvergelijkelijk werkelijker dan onze dagelijkse werkelijkheid. Daarom dacht ik even: zou er in dit boek ook gehint worden op een bijna-dood-ervaring? Maar dat blijkt niet het geval. In de bijna-dood-ervaring gaat het meestal om een overweldigende wereld van Licht. Hier is het de dood zelf die als de ultieme werkelijkheid wordt ervaren.

Het werkje kent dus donkere tonen (net als het muziekstuk van Mozart trouwens). Het eindigt weliswaar zoals een requiem moet eindigen: met het eeuwig licht. Alleen is het bij Tellegen kleiner. Het gaat om maar een beetje licht:


En wat eeuwigheid.
Een sprankje.
Niet meer dan dat.

Ontroerend zijn de stukjes daarvóór waarin hij zijn vader en moeder ziet in een koor. Het deed mij denken aan een van zijn mooiste gedichten: Ik schaatste (zie hier). Maar in alles is er sprake van het besef tekort geschoten te zijn en van opzien tegen de dood. De 'strenge, bittere dood', zoals Luther het noemde.