In korte hoofdstukken laat Bouwstra dieren aan het woord die speels diepzinnige kwesties aan de orde stellen. Een bladluis die zich afvraagt of de oorsprong van de dingen te zien is. Een mier die alles weet. Een giraf met benen die het hoofd niet begrijpen. Een uil die de vragen ‘Wie zijn wij? En waartoe?’ op een wilgenbast schrijft en elk dier erover laat nadenken. Ze zijn het startsein voor leuke verhaaltjes.

Het aardige van het boek is dat belangrijke levensvragen op een luchtige manier aan de orde komen. Je bent dan ook geneigd telkens door te lezen. Maar beter is het om de miniatuurtjes mondjesmaat tot je te nemen. Want luchtig of niet, het blijven vaak zwaardere kwesties dan je op het eerste gezicht zou denken. De hoofdstukjes lenen zich er dan ook vooral voor om ze te laten bezinken. Ze hebben een diepere gloed dan de lichte toets suggereert. De fabels hebben ook iets poëtisch. Daarmee bedoel ik: het zijn geen afgeronde betogen. Ze laten veel open. Ze zijn eerder suggestief dan concluderend. Het vraagt om vertraagd lezen.

Angela van der Meulen maakte prachtige tekeningen bij elk hoofdstuk. Het maakt het boek af. Mooi om iemand cadeau te geven! Of om zelf te houden natuurlijk. Voor op je nachtkastje. Elke avond een verhaaltje.