‘Dankzij’ schrijf ik. Maar aanvankelijk was het meer ‘ondanks’. Want het was wennen. Zijn werk is door anderen wel vergeleken met minimal music, de muziekstijl die zich kenmerkt door de vele herhalingen. Ik typeer het als een spiraalvormige stijl: het lijkt telkens hetzelfde rondje, maar je komt per rondje wel verder.
De verhalen van Fosse kennen ook geen punten. Ze zijn één lange zin. Nou ja, de meest gemiddelde lezer haakt dan al af, denk ik. Niet doen. Want wie doorzet doet ongetwijfeld ook de ervaring op dat de zinnen gaan hypnotiseren en je meeslepen in het verhaal.
Ook in dit nieuw vertaalde boek Ales bij het vuur bedient Fosse zich van dezelfde vertelstijl. Hoofdpersoon is Signe die zich het belangrijkste voorval uit haar leven herinnert: de verdwijning van haar man Asle. Hij ging op een dag in zijn roeiboot het fjord op om nooit meer terug te keren.
Haar herinneringen worden vermengd door gebeurtenissen uit een nog verder verleden. Ze draaien grotendeels om de betovergrootmoeder van Asle: Ales. De herinneringen van Signe schieten heen en weer. Verleden en heden lopen in elkaar over.
Het verhaal is kort. Je zou zeggen: een goed instapboek voor wie het werk van Fosse nog niet kent. Maar daar aarzel ik. Septologie kent door alle fragmenten heen een duidelijke lijn met een kop en een staart. Wie zich de moeite getroost in de cadans van Fosses verteltrant te komen, wordt beloond met doorzicht. Maar dit verhaal blijft een beetje in de lucht hangen.
Toch heb ik er heel erg van genoten. De schrijfstijl van Fosse is uniek. Mij ligt die heel erg. En daarbij komt (het belangrijkste): de schrijfstijl legt dit verhaal over liefde en verdriet tot op de drempel van het hart van elke lezer. Ook dit boek is een belevenis.


