Categorie

Columns

‘Zijn dit nu eigenlijk geen verloren ochtenden?’ Mijn gast van die morgen vroeg het toen we het marktplein opliepen. We kwamen uit Cookers, een eetcafé waar ik en mijn collega elke week beurtelings aanwezig zijn. Iedereen kan aan ons tafeltje aanschuiven. Voor een gesprek, een afspraak, of gewoon een praatje.
Afgelopen zondag was ik in voormalig kamp Bergen-Belsen. Ik wist er niet goed wat ik moest voelen. ‘Verschrikkelijk’ zeggen we al snel. Of: ‘Indrukwekkend’. Maar op die plek valt elk gevoel in het niet bij wat er zich heeft afgespeeld.
In onze kerk hebben we bij doopdiensten een bijzondere gewoonte. We vragen doopouders en kerkgangers om een zegenbede voor de dopelingen te bedenken. De ouders hebben dat thuis al gedaan en die op papier gezet. De kerkgangers vraag ik het in gedachten te doen.
De slavernij is er officieel in 1865 afgeschaft. Maar ze is nog altijd zichtbaar. Niet alleen aan de slavenhuisjes bij plantages die nu musea zijn geworden. Ze is vooral nog te merken aan de armoede en de discriminatie van het zwarte deel van de bevolking. Ik heb het over het diepe zuiden van Amerika.
Wanneer je op muziekbedevaart bent, bezoek je natuurlijk ook de graven van je gestorven helden. Zo moest en zou ik naar Hendersonville, een stadje in de buurt van Nashville. Daar liggen Johnny Cash en zijn vrouw June Carter begraven.
Tijdens onze reis in het diepe zuiden van Amerika, moest en zou ik natuurlijk ook naar Dyess. Het is een piepklein plaatsje, maar voor elke Johny Cash-fan een plek van betekenis. Onze held groeide er namelijk op. Wie de film ‘Walk the Line’ heeft gezien, weet dat het echte verhaal van Cash daar begint.
‘I have gone from rags to riches,’ zong Bob Dylan – ‘Uit de goot klom ik naar rijkdom.’ Maar als dat voor iemand geldt was het Elvis Presley. In juni reisde ik én naar zijn geboorteplaats én naar Graceland. Een groter contrast is er niet.
Vera en ik zijn op pelgrimage geweest. Nee, niet naar Israël of Santiago de Compostela, maar naar Memphis, Tennessee. Daar liggen de wortels van de popmuziek. Om precies te zijn in de SUN-studio. Het is een klein gebouwtje, maar er is geschiedenis geschreven.
Ik moest er natuurlijk dit keer ook weer bij zijn: bij Bob Dylan. Ik was ooit bij zijn eerste concert in 1978 in De Kuip. En een paar jaar geleden had ik me voorgenomen ook bij zijn laatste concert te zijn. Dus koop ik elke keer een kaartje als hij in Nederland is. En Bob houdt het lang vol, want dit jaar komt hij weer.
Deze zomer gaan mijn vrouw en ik op bedevaart. Nee, niet naar Lourdes of Jeruzalem. Had ook gekund. Maar we gaan naar Amerika. Om precies te zijn: het diepe zuiden van de VS. Daar kwamen onze helden vandaan. Zoals misschien bekend ben ik fan van Johnny Cash. Mijn vrouw is meer van Elvis. Dus staan Nashville en Memphis op het programma.