Mijn vrouw is meer van Elvis en zij wilde dus hoe dan ook naar Graceland, het huis van Elvis. Daar krijg je, oneerbiedig gezegd, er het graf meteen bij: Elvis ligt er, samen met zijn ouders en grootmoeder, begraven in zijn eigen tuin.

Staande bij het graven van Johnny en June werd ik getroffen door de Bijbelteksten op de stenen. Op die van Johnny woorden uit Psalm 19: ‘Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, HEER, mijn rots, mijn verlosser.’

Op die van June staan de woorden: ‘Prijs de HEER, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam’ (Psalm 103,1). Op de grafsteen van Elvis staat geen Bijbeltekst. Zijn vader Vernon heeft er op laten zetten: ‘Hij was een kostbaar geschenk van God.’ En: ‘God zag dat hij rust nodig had en riep hem bij zich.’

Het waren gelovige mensen, deze sterren. Geen heiligen, integendeel, want ze hadden te worstelen met hun donkere kant die de roem ook in hen naar boven riep. Maar ‘nooit was God niet in hun leven’ zoals Cash het voor zichzelf uitdrukte. Kijk ook maar naar hun oeuvre: ze namen veel gospels op.

In Nederland hebben velen geen gevoel voor religie – ook niet in de popmuziek. Ooit zag ik een keer in ‘De Wereld Draait Door’ gitarist Spike een liedje van Cash mishandelen. Uit alles bleek dat hij niet door had dat hij over de wederkomst van Christus zong.