Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik een groot fan ben van Johnny Cash. De man en muziek hebben mijn leven en spiritualiteit sterk beïnvloed. Maar dat ik niet idolaat ben, kan ik u bewijzen. De poëziebundel die van de hand van Johnny Cash verscheen, zal ik niet bewieroken. Hij had wat mij betreft niet hoeven verschijnen.

Cash schreef talloze onvergetelijke songs. Zijn teksten zijn meestal beeldrijk, krachtig en effectief. Maar de muziek moet ze dragen. Blijven zijn teksten ook zonder muziek overeind? Misschien. Maar poëzie zou ik het niet noemen.

Daarom verbaast het me dat ene Paul Muldoon (zelf dichter en hoogleraar) in zijn inleiding de loftrompet steekt over de literaire kwaliteiten van Cash’ gedichten. ‘Heb ik iets gemist?’ denk je dan. Toegegeven: er zitten mooie verzen bij. Maar het meeste ontstijgt niet het niveau van een goede liedtekst. Cash is geen Dylan: de Nobelprijs voor literatuur zal hij nooit krijgen..

Ik verdenk John Carter Cash (de zoon van; hij stelde het boek samen) ervan munt te willen slaan uit de nalatenschap van zijn vader. Het boek is wel mooi uitgegeven met een zwarte hardcover. Foto’s van Cash en van zijn manuscripten verluchtigen de gedichten. Maar of ik het nog vaak uit de kast zal halen? Fan blijf ik natuurlijk wel. Daarom wilde ik het wel hebben.