Het boek van Ray Connolly is bij mijn weten de eerste echte biografie over Elvis die in het Nederlands verschijnt. Dat is al winst. Maar Connolly weet ook zaken te melden die ik bij Guralnick niet tegenkwam of minder geprononceerd. Dat de moeder van Elvis verslaafd was aan alcohol en dieetpillen, kon ik me bijvoorbeeld niet herinneren uit de eerdere biografie. Daardoor kon ik nu haar vroege dood ineens beter plaatsen.

En dan de rol van Colonel Parker, de manager van Elvis. Guralnick toont ook wel diens kwaadaardige invloed, maar Connolly maakt er als het ware de rode draad van in zijn boek. Hij toont hoe Elvis steeds meer teleurgesteld raakt in zijn filmcarrière – een spoor waarop Parker hem had gezet én hield: het leverde hem en zijn ster namelijk veel geld op. Geld dat Parker ook nodig had om zijn toenemende gokverslaving mee te financieren.

Maar het grote verdienste van deze biografie is, dat de schrijver de toenemende eenzaamheid van de ‘King of Rock 'n Roll’ invoelbaar weet te maken. De tragiek die Elvis in zijn leven besloop en in haar greep kreeg én die hij zelf kennelijk niet heeft willen of kunnen bevechten, brengt Ray Connolly scherp in beeld. Daardoor heb je als lezer de ene keer een diep medelijden met Elvis, terwijl je op een volgend moment denkt: ‘Wat een slap mannetje was het toch’. Een echte pageturner.