Nu de biografie van Kuitert is uitgekomen, is te volgen hoe zijn leven en werk een zoektocht werden naar waarheid. Al tijdens zijn studie werd duidelijk dat Kuitert geen naprater was. Maar zijn predikantschap in het Zeeuwse Scharendijke zorgde voor de eerste echte aardverschuiving. De watersnood die hij daar meemaakte zette een groot vraagteken bij de voorzienigheid van God.

De tweede doorbraak was zijn promotiestudie tijdens zijn predikantschap in Amsterdam. Het was Kuitert gaan opvallen dat het beeld van God in het Oude Testament wel heel erg leek op een uitvergrote Israëliet. De genoemde oneliner zelf was nog niet geboren, maar het nieuwe inzicht daagde al.

Het is de verdienste van zijn biograaf (die overigens vóór het voltooien van het boek overleed; het boek werd door Petra Prionk afgemaakt) dat hij stap voor stap inzicht geeft in de zoektocht van Kuitert. Al snel riep die zoektocht diepe verontrusting op in kerkelijk Nederland. Dat was niet uit de lucht gegrepen, naar zou blijken. Want al voert het te ver om Kuitert als enige verantwoordelijk te maken voor de revolutionaire veranderingen in de Gereformeerde Kerken van na de oorlog, hij heeft daarin een niet te onderschatten aandeel gehad.

We krijgen ook veel te horen over het privéleven van Kuitert. Over zijn Zweedse vrouw. Zijn gezin. Over de sobere maar gezellige sfeer die in huize Kuitert hing. Maar ook over de tragiek. Een van zijn dochters overleed op jonge leeftijd. We horen ook van een zoon met wie er de laatste jaren nauwelijks contact is. Ook wat het privéleven dat betreft bleef hem dus niets bespaard.

De biografie brengt ook in beeld wat veel kerkmensen ontging: nadat Kuitert omstreden was geraakt en om die reden werd gepasseerd voor de post van hoogleraar dogmatiek, verdiepte hij zich in de ethiek. Met name op het gebied van de medische ethiek verwierf hij zich buiten kerk en theologie hoog aanzien. Els Borst (destijds vice-voorzitter van de Gezondheidsraad) noemde zijn definitie van het doel van medisch handelen het mooiste dat Harry Kuitert Nederland heeft geschonken. De definitie luidt: ‘Geneeskunde beoogt mensen te helpen te ontkomen aan het kwaad van ziekte, lichamelijke gebreken en dood.’

Voeg daar ook nog eens bij ’s mans enorme belezenheid wat poëzie betreft en er rijst een beeld op van een man die niet stil heeft gezeten. Maar het meest bekend is hij wel van de boeken die hij na zijn pensioen schreef. Schil voor schil pelt hij daarin het christelijk geloof af om te zien waar de kern zit. Wat hij overhield? Niet veel. Geloof is een vorm van verbeelding. Maar let wel: verbeelding waaraan geen werkelijkheid beantwoordt.

Ik heb dat zelf een wat trieste uitkomst gevonden. En in die al te zekere stelligheid kon ik hem niet volgen. Maar vanaf het eerste boek dat ik van hem kocht (‘Anders gezegd’ dat ik las ik 1972!) heb ik de zoektocht van Kuitert nieuwsgierig en met bewondering gevolgd. Altijd ging het ergens over. Hij zette de zaken op scherp en dwong je na te denken. Hij liet zien dat theologie ook spannend kan zijn.

Zijn beste boek vond ik ‘Alles behalve kennis’, een van de weinige echt theologische boeken die hij de laatste jaren schreef. Het is een grondige studie over de wetenschappelijke status van de dogmatische theologie. Er werd in theologisch Nederland niet of nauwelijks op gereageerd. Was men Kuitert-moe? Of verkoos men uit gemak de ogen te sluiten voor dit uitdagende boek?

Hoe dan ook, Kuitert zal herinnerd blijven worden als een splijtzwam in kerkelijk Nederland. Maar wie er nog niet van overtuigd is dat Kuitert open en eerlijk heeft gezocht naar het fundament van geloof en daarbij onverschrokken en toegankelijk het gesprek heeft gezocht met vriend en vijand, moet deze biografie lezen. En dan: welke Nederlandse theoloog krijgt nog een biografie?