Hij werd tot die balans uitgedaagd door de theologische faculteit van Leuven. Zijn uitgever vroeg hem er een boekje van te maken. Het resultaat heet ‘En dan nog dit’. Dat klinkt bijna als een ‘tot slot’. En dat valt niet te hopen. Voor hem niet. En voor ons ook niet. Want ook dit boekje smaakt naar meer.

‘Boekje’ schrijf ik, want je hebt het in één adem uit. Het is kort en krachtig. Maar ook de schijfstijl van ter Linden zorgt voor een flow die maakt dat je bij de eindstreep bent voor je er erg in hebt. Wat een heerlijk boekje!

‘Wandelen met God’ kreeg het als ondertitel mee. Ter Linden ontleent het aan de Bijbelse Henoch. Hij laat zien wat hij tijdens dit wandelen aan geloof heeft opgedaan. Want dat het opmerkelijk: Ter Linden hoort niet bij die dominees die hun geloof aan de wilgen hangen en daar vervolgens nog eens luid en krachtig kond van doen.

Hij vertelt over zijn beeld van God (‘een ‘Bevrijder’), het gebed, het Bijbellezen (het liefst literair), Jezus, de kerk en tenslotte de toekomst na dit leven. Wie Ter Linden een beetje heeft gevolgd, wordt niet echt verrast. Het gaat om een zienswijze die je bekend voorkomt. Maar het is goed om het nog eens op een rijtje te zien.

Ter Linden heeft de gave van de eenvoud. Hij kan zaken laagdrempelig zeggen zonder te vervallen tot popi-jopie-taal of een toon op kleuterniveau. Op een respectvolle wijze vertelt hij over wat ‘leven voor Gods aangezicht’, zoals hij het geloof het liefst omschrijft, heeft opgedaan. Hij ziet dan ook met lede ogen de teloorgang van ons geloofsgoed aan.

Dat er gelovigen zijn die de wenkbrauwen bij sommige opvattingen van Ter Linden fronsen is onvermijdelijk. Hij hoort bij het vrijzinnige soort christenen. Zo gelooft hij niet in een lichamelijke opstanding en is Jezus voor hem niet de enige weg naar God. Daar heb ik zelf ook wel wat vragen. Maar dat mag de pret niet drukken. De pret van het lezen van dit boekje, bedoel ik.