Ik heb hem altijd bewonderd, maar nooit benijd. Bewonderd om zijn heldere schrijfstijl. Om de moed waarmee hij gevoelige zaken over Bijbel en geloof aan de orde durfde te stellen. Maar ik heb hem nooit benijd. Wat heeft die man een kerkelijke bagger over zich heen gekregen!
Allereerst van gewone kerkleden. Vaak hadden ze de klok horen luiden, maar wisten niet precies waar de klepel hing. Ze hadden hem zelf niet gelezen, maar kenden hem van horen-zeggen. Vooral via hun predikanten, die – zo ging ik gaandeweg ontdekken – hem soms óók niet eens gelezen hadden! Maar die zich desondanks een ferme mening permitteerden.
Kuitert bracht in zijn tegenstanders niet altijd hun meest nobele kant naar boven. Ik herinner een theologisch symposium waar in de wandelgangen een aantal theologisch docenten van (midden-)orthodoxe snit koffie stond te drinken. Ik stond in een ander groepje in de buurt. Ik ving hun gesprek op. Het ging over Kuitert. Er werd lacherig en met dedain over hem gesproken. Jalousie de metier – ik zag het vaker.
Nee, ik heb Kuitert niet benijd. Ook niet om zijn adepten trouwens. Er was ook een groep mensen die in Kuitert hun grote bevrijder zag. Een Mozes die hen uit het diensthuis van de letterknechterij had geleid, maar die nu door hen werd vereerd met dezelfde dogmatische vasthoudendheid die zij juist meenden te hebben afgezworen. Geloven werd voor hen: het nieuwste boek van Kuitert kritiekloos napraten.
Ondertussen was Kuitert zelf dan alweer verder. Met elk boek dat hij schreef leek hij zijn vorige boek alweer te herroepen. Hij was op zoek naar de kern van geloof. Waar en hoe laat God zich vinden? Wat was echt? Wat kan de toets van de kritiek weerstaan? Schil na schil ging er af. Tot hij tenslotte alleen het woord ‘verbeelding’ overhield. Geloof was van verbeelding.
Hij bedoelde ermee: er steekt geen realiteit achter. God is een voorstelling die helpt om ons staande te houden in de harde realiteit. Verbeelding en realiteit waren twee zaken die Kuitert scherp uit elkaar hield. Al was er wel een verband. De verbeelding wordt aangejaagd door het tekort in de realiteit. We vullen dat tekort zelf aan met onze geloofsvoorstellingen. Maar achter die voorstellingen steekt niets. Ze zijn een placebo.
Ik denk zelf anders over geloof als verbeelding. Is er naast het tekort in de werkelijkheid niet ook sprake is van een tegoed? Een mysterie dat ons overstijgt. Ik houd verbeelding en realiteit ook niet uit elkaar. Verbeelding kan zichtbaar maken wat onzichtbaar maar wel reëel is. Zo kan een mens kan de ervaring opdoen dat hij God op het spoor komt. En - wat belangrijker is - God ons. En over tekort gesproken: het verhaal gaat dat God in Christus het tekort in de wereld is komen delen en dragen.
Maar hoe ik erover denk, is niet zo belangrijk. Het gaat hierom: Kuitert heeft ons altijd uitgedaagd om in onze seculiere cultuur in heldere bewoordingen onder woorden te brengen wat de aard van ons spreken over God is. Hoe weten wij wat wij denken te weten? Dat velen op zijn zoektocht agressief of meesmuilend reageerden, toonde wat mij betreft alleen maar hoezeer angst hen regeert.
Wie geloof ziet als harde kennis vreesde dan ook misschien niet zozeer Kuitert, maar het stemmetje in eigen hart. Dat weet dat geloof, opgevat als vaststaande kennis, in werkelijkheid slechts een zandkasteel is. Bij opkomende vloed kalft het af. Dat velen in de resten van dat zandkasteel koortsachtig de boel nog proberen overeind te houden, zal daar niets aan af doen. Kuitert beschreef dat proces.
Ook in de dagen na het overlijden van Kuitert roerden opponenten zich. Na het nieuws verschenen vanuit kerkelijke kring kleingeestige commentaren (‘wat een armoe om zo te sterven’). Maar dat zijn dood ook gemeld werd in de algemene media, toont hoe groot zijn zeggingskracht was. En over welke hedendaagse theoloog verschijnt tegenwoordig nog een biografie?
Deze dagen herlas ik gedeelten uit een van zijn laatste boeken: ‘De dood de baas’, een boek met gedichten over de dood (2007). Kuitert bespreekt daarin ook een nummer van zanger Tom Waits, getiteld ‘Shiver Me Timbers’. Het gaat over een zeeman die afscheid neemt en voor de laatste keer de zee op gaat en daar zijn graf zal vinden.
God is niet in het zandkasteel, Hij is als de zee zelf: weids en diep, duister soms ook, maar eeuwig ruisend.
https://www.youtube.com/watch?v=BFTMWYna7kk
Hier een documentaire over Kuitert waarin hij vertelt over hoe zijn geloof ging veranderen na de watersnood van 1953:
https://www.youtube.com/watch?time_continue=131&v=p1QPDqSBomE

Boek
Willem Jan Otten en Paul van Dongen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben
Tijdens de coronacrisis schreef Willem Jan Otten in het Katholiek Nieuwsblad elke week over de Schriftlezingen die die zondag op het rooster stonden. ‘Zondagmorgen’ heet het boek waarin zijn overdenkingen werden gebundeld. Maar na die cyclus schreef hij door. Niet aan Bijbellezingen, maar aan hoe Christus ‘werkt’ in mensen.
8 november 2023

