Obbema sprak met veertig mensen. Allemaal gaven ze een eigen antwoord op de centrale vraag in alle interviews: wat is de zin van het leven? Voor een aantal mensen (de schrijver A.L. Snijders, de sterrenkundige Vincent Icke) heeft het leven geen zin of is de vraag naar zin zinledig. Anderen zoeken de zin in de materie, zoals celbioloog Anna Akhmatova, die antwoordt dat de zin is om het leven voort te zetten en je voort te planten (vond ik wel wat povertjes).
Opvallend is dat nogal wat geïnterviewden zich afzetten
tegen de neiging van de wetenschap of wetenschappers om op de plaats van religie
te gaan zitten. Obbema tekent dit mooie citaat op uit de mond van biologisch
psycholoog Sarah Durston: ‘We zijn bezig de radio uit elkaar te halen om te
kijken waar de muziek zit.’ Anders gezegd: existentiële vragen laten zich niet
beantwoorden door de wetenschap.
De meeste ondervraagden zoeken de zin in de verbinding met
anderen of met een groter geheel. Zo zangeres Christianne Stotijn: ‘Het leven
maakt zichzelf zinvol. Voor mij is de zin ervan in verbinding staan met de
ander en liefde geven.’ Dichter Marjoleine de Vos wijst op de natuur: ‘Dat zijn
heus niet momenten waarop ik denk: wat is de zin van het bestaan? Die voel je
dan.’ Al ruilt zij liever het woord ‘zin’ in voor ‘betekenis’. Daarin vallen
anderen haar bij.
Het boek laat een bonte verzameling mensen aan het woord, van gelovigen tot atheïsten (de meeste zeer bescheiden trouwens!). Je moet om die reden niet teveel interviews achter elkaar lezen. Ik deed dat aanvankelijk wel, maar merkte dat dit zorgde voor een zekere vervlakking van mijn opnamevermogen. Antwoorden op existentiële vragen moet je - net als poëzie - mondjesmaat tot je nemen. Dus regelmatig wegleggen dit boek en laten bezinken, zou ik zeggen.
Mooi vond ik dat Obbema aan het eind van het boek vertelt over zeven inzichten die de gesprekken hem hebben opgeleverd. De belangrijkste is die van bet belang van verbinding met anderen of een groter geheel. Maar ook het besef van veerkracht die hand in hand gaat met dankbaarheid behoort tot die inzichten. Wat er uitsprong voor mij was het inzicht dat de wetenschap beperkt is en religie toe is aan herwaardering.
Socioloog Christien Brinkgreve verwoordde dat laatste inzicht
wat mij betreft het best: ‘Vroeger vond ik het geloof achterhaald en een beetje
dom, hoe kon je dat toch allemaal geloven? Daar ben ik echt van teruggekomen.
Zonder dat ik mezelf overigens religieus vind. Maar ik zie nu dat het over
waarden gaat die ernstig verwaarloosd zijn. […] Dat hebben we niet gezien of
gewild, maar die rekening slaat ons nu in het gezicht.’
Zo staat dit boek vol met verrassende perspectieven. Concluderend kun je zeggen dat niemand de zin van het leven op zak heeft. Het is ‘zien, soms even’ (de uitdrukking is van Huub Oosterhuis, niet een van de geïnterviewden trouwens). Zinvragen horen dan ook niet tot het terrein van de wetenschap. Maar wie de vraag niet uit de weg gaat, wint wel aan wijsheid, zo laten de gesprekspartners van Obbema zien. Dat resulteert in een waardevol en soms ontroerend beeld van hoe wij, mensen van vandaag, in het leven staan.


