Je hebt atheïsten in soorten en maten. De schrijver onderscheidt er twee. De ‘nieuwe atheïsten’, die zich fel keren tegen alle vormen van religiositeit en die alle media-aandacht krijgen. Maar er zijn ook religieuze atheïsten: zij die het godsgeloof verwerpen, maar óók het nihilisme. Deze laatste groep wordt gekenmerkt door een spirituele verwondering over het mysterie van al wat is.
Daarnaast is er ook nog een groep die Smedes vangt onder de term ‘religieus naturalisme’. Daaronder vallen de mensen die de verwondering van bovengenoemde groep delen, maar die een horizontale transcendentie ontwaren in en achter het zichtbare. Het onderscheid met de religieuze atheïsten is niet altijd scherp te maken.
Maar wat beide groepen kenmerkt is een afscheid van het theïsme zonder te vervallen in nihilisme. De werkelijkheid draagt een tegoed aan betekenis in zich. In die zin kunnen zij een bondgenoot zijn van gelovigen die ook het theïsme achter zich gelaten hebben. Smedes bespreekt er een aantal: Gianni Vattimo, Richard Kearney, John Caputo, Theo de Boer en Ger Groot.
Smedes ziet dan ook bij de besproken groepen kansen om de felle polarisatie die in onze samenleving speelt tussen theïstisch geloof en 'hard' atheïsme te boven te komen. Of dat lukt? Ik heb er mijn twijfels bij. Smedes beschrijft zelf al hoezeer de media ‘agenda setting’ zijn. Zij leven van felle tegenstellingen waarbij de tussentonen nauwelijks kans maken op aandacht.
Maar een belangrijker vraag is deze (en Smedes heeft daar zelf ook oog voor): is een niet-theïstisch geloof niet te vaag, abstract en te kwetsbaar om maatschappelijk van betekenis nauwelijks kan zijn? Met andere woorden: zal het niet gedoemd zijn een zeker anoniem bestaan te leiden? Het is dus de vraag of het een rol kan spelen bij het overwinnen van de polarisatie.
Een meer persoonlijke kanttekening is de volgende: heeft het post-theïstisch geloof niet veel meer de poëzie dan de filosofie of theologie nodig om de taal te vinden die bij dit zwakke geloof past? Die kant van de zaak miste ik in het boek. Smedes citeert de dichter Christian Wiman (die duidelijk op zoek is naar zo’n taal) wel zijdelings, maar daar blijft het bij. En ook de besproken Richard Kearney heeft (bijvoorbeeld in ‘Poetics of Imagining’) meer aandacht het poëtische dan Smedes laat zien.
En als laatste mijn belangrijkste vraag: valt er nog wat te bidden in dit post-theïstisch geloof? Bidden kun je toch alleen tegen een ‘Gij’? Het eeuwige Gij dat in de visie van Buber nooit een Het kan worden. Daarom voel ik me persoonlijk wat vertrouwder bij de dichtregels van Hans Andreus: ‘Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan, / ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel, / maar ik praat liever tegen iemand aan / dan in de ruimte en zo is het wel // de makkelijkste manier om wat te zeggen)...’
Maar ondanks deze vragen heb ik genoten van het boek. Het leest prettig, is duidelijk geordend en biedt een mooi tegenwicht in een debat dat in onze maatschappij plat en eenzijdig is geworden.

Muziek
Iris DeMent: Workin' on a World
Singer-songwriter Iris DeMent overvoert de markt bepaald niet met albums. Haar laatste studiowerk dateert alweer van acht jaar geleden. Maar ze noemt zich dan ook niet een songWRITER maar songWAITER. Het is vaak wachten. Maar haar laatste album maakte het wachten de moeite waard.
13 augustus 2023

