Het boek is een inwijding in de mystiek voor de gewone man. Als ik de boodschap kort moet samenvatten, dan zó: met God omgaan en Hem niet vinden, het kan samengaan, want God laat zich niet vinden met het verstand, maar je kunt je door liefde wel openen voor zijn ongrijpbare nabijheid.

Dat verkeren en niet-vinden wordt uitgedrukt met het beeld van een wolk. Het beeld komt van Mozes die op de berg Sinaï verkeerde met God. Een wolk onttrok het zicht van Mozes op God, maar ook op het dagelijks leven in het dal beneden hem.

Zo moeten wij God zoeken in de wolk van vergeten (namelijk van alles wat wij menen te kennen uit het zichtbare leven) die tegelijk de wolk van niet-weten is (wij hebben geen rationele kennis van God als een object). Kenmerkend citaat: 'Wees er zeker van dat je in dit leven nooit een onbewolkt zicht op God zult hebben.' Loslaten is het sleutelwoord: het loslaten van onze neiging grip te willen hebben. Ziedaar de weg van ‘de beschouwing’, zoals de schrijver het noemt: de weg waarover God ons tegemoet zou kunnen komen.

‘Zou kunnen’, want is er geen methode van ons uit om de
nabijheid van God te ervaren. Dit mystieke werk zou je dan ook als één groot
pamflet kunnen zien tegen manipulatie en magisch denken binnen het geloof. Behalve
het verstand moet ook het gevoel en de verbeelding het ontgelden.

Het boek kent een overzichtelijke structuur. In 75 korte
hoofdstukken leidt de schrijver ons stap voor stap verder op het pad van de
mystieke omgang met God. Bescheiden (‘ik besef heel goed dat ik daar zelf nog
heel ver van afsta’), niet fanatiek (‘zorg dat je hart niet emotioneel of
fysiek overbelast raakt’), en eenvoudig (‘bid niet met veel woorden, maar met
één woord’) – ziedaar de kenmerken van dit bijna pragmatische boek. Maar je
moet het niet achter elkaar lezen. Alleen in die vertraging opent zich de
tekst.

Een belangrijk deel van het boek gaat over Martha en Maria,
de twee vrouwen uit het evangelie die hier staan voor verschillende
levenshoudingen: die van het activisme en het beschouwende. Het is duidelijk
dat dit boek vooral het laatste wil benadrukken. In onze activistische tijd
meer dan ooit nodig, zou ik zeggen.

Deze vertaling kent een lange inleiding. Die blijkt uit de
editie van 1974 te zijn. In sommige opzichten is die dan ook gedateerd
(bijvoorbeeld wanneer de schrijver zich keert tegen ‘hasjrokers’), maar ze is een
goede opstap voor het mystieke werk zelf en het plaatsen van dit werk in de
context van zijn tijd.