Het werkje van bijna 700 pagina’s is een liturgisch boek. Het is bedoeld voor in de kerk. Maar je kunt het ook thuis gebruiken. Het boekje bestrijkt het complete kerkelijk jaar, inclusief de heiligendagen.
Maar dat is niet wat het voor mij zo dierbaar maakt. Het zijn de prentjes die de gebruiker erin heeft bewaard. Elk prentje vormt een aandenken. Aan een eerste of plechtige communie van iemand, aan een vormsel, een doop, een overlijden. Sommige prentjes zijn geschenken bij een donatie.
Samen vormen deze prentjes de sporen van een innige vroomheid. Wie die sporen volgt, kan dicht bij de gebruiker komen. Er zit zelfs een adreswikkel in, gebruikt als boekenlegger. Zo weet ik dat de gebruiker van het boek een mevrouw was uit het Waalse dorpje Sart-Custinne. Ik ken haar naam en de straat waar ze woonde. Ik vond op Google de plaatselijke kerk waar ze waarschijnlijk naartoe ging.
Ik denk vaak: hoe zou haar leven eruit hebben gezien? En hoe is dit boekje in vredesnaam op die brocantemarkt gekomen? Hadden haar kinderen er niets mee? Had ze wel kinderen? Hebben andere nabestaanden haar inboedel in z’n geheel van de hand gedaan?
Ze blijft een onbekende. Maar haar boekje ligt op mijn stapel. Het ligt er als symbool van een innig en stil geleefd geloof. Het zijn niet alleen de grote namen die tot de spirituele verbeelding spreken.


