Paul Krüzen is een alleenstaande man die samen met zijn zieke vader in de ouderlijke boerderij woont. Hij leidt een gemoedelijk leven. Maar in dat leven is wel een en ander gebeurd. Zijn moeder liep ooit weg met een Russische vlieger. En door de jaren heen heeft hij zijn dorp Mariënveen langzaam zien veranderen. Er kwamen Chinezen, Russen en Polen. En de sporen van al die veranderingen vormen het decor van het verhaal.

Paul heeft een vriend: Hedwiges, een plaatselijke kruidenier die ook alleen is en met wie hij regelmatig in het weekend uitgaat. Deze Hedwiges zal zorgen voor het startsein van de dynamiek in het verhaal.  Als hij zich laat ontvallen dat hij miljonair is, blijft dat niet onopgemerkt. Om niet teveel te verraden laat ik het daarbij.

Het verhaal is vol weemoed over een tijd die voorbij is. Tegelijk toont het de onmacht van kleine mensen te midden van een wereld in ontwikkeling. Het is ook een verhaal van treurige eenzaamheid van alleenstaande mannen die hun heil gedwongen bij elkaar zoeken. Maar dat alles wordt zo mooi beschreven, dat je blijft lezen!

Wieringa toonde al in zijn ‘Dit zijn de namen’ dat hij een aparte gevoeligheid heeft voor religie. Die is ook in dit boek te zien. Paul Krüzen is rooms-katholiek en Wieringa beschrijft zijn religieuze binnenwereld met veel gevoel en kennis. Dat de titel van de roman te maken heeft met dit religieuze perspectief zal duidelijk zijn.

Het verhaal eindigt spannend. Maar het spannende plot is misschien niet eens het meest bijzondere van dit boek. Het is vooral de schrijfstijl van Wieringa die mij bekoort. Regelmatig kwam ik pareltjes van hoog poëtisch gehalte tegen die mij telkens een elektrisch schokje gaven en me naar de volgende regel dwongen. Een heerlijke leeservaring!