Monty Don is de presentator. Deze rustige en tegelijk enthousiaste man beheert een complex genaamd Longmeadow, met daarin allemaal verschillende tuinpercelen. Hij loopt er in vast tenue: slobberbroek met bretels, blauw jasje en stevige schoenen. Meestal heeft hij een kruiwagen bij zich. En natuurlijk zijn twee onafscheidelijke Golden Retrievers, Nigel en Nellie.

Hij is zo enthousiasmerend dat ik op vrijdagavond om 11 uur, als het programma is afgelopen, nauwelijks kan wachten totdat ik zelf de tuin weer in mag! Ik weet wat me te doen staat. Monty heeft ons namelijk de tips voor het weekend gegeven. We kunnen aan het werk! En we weten ook al wat voor weer het wordt, want de BBC levert er een tuinweerbericht bij! Heerlijk!

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik een tijd lang was afgehaakt. Stress. Druk, druk, druk. Ik leefde op de klok. Te gehaast. En hoe gaat het dan? De tuin komt ook in de kloktijd van de agenda. Dan móet het – naast al die andere dingen die moeten. En alles wat moet, ja, dat gaat tegenstaan. ‘Die rottuin ook!’ Het zat me op m’n nek. Exit Gardeners' World.

Maar in juni moest ik een oogoperatie ondergaan. Vervelend, maar ook een zegen! Ik moest een tijdje vertraagd leven. Werken op de computer was lastig. Lezen vermoeide. Maar…de tuin kon nog wel! En ik kreeg er weer plezier in. En gaandeweg kon ik mijn levensritme weer afstemmen op de ‘organische’ tijd: het ritme van de natuur. Ik werd zo relaxed als Monty Don! Hoe zou het trouwens met hem zijn? Ineens wist ik het programma weer te vinden.

Nu blijf je altijd 24/7 dominee. De kerk is nooit uit je hoofd. Uitgerekend tuin en tv-programma leerden mij dan ook anders kijken naar de kerk. We spreken in de kerk vaak over ‘gemeenteopbouw’. Alsof een gemeente een huis of gebouw is waarvan je de (ver)bouw(ing) kunt plannen en regelen. Maar er is veel wat zich niet laat organiseren. Wat niet lukt of zijn eigen tijd nodig heeft.

Ineens wist ik weer: een kerk is als een tuin, een levend organisme! Je moet leren dat niet elk 'plantje' het in jouw grond zal doen. Je moet wel snoeien, schoffelen en bemesten. Maar je moet meebewegen met eigen aard en ritme van de geloofsgemeenschapl. Je laten verrassen door wat wel tot bloei komt. De tijd nemen. De ‘organische’ tijd wel te verstaan.

Tuin-theologie dus. Je moet niet werken als een manager, maar als een 'gardener'. Hoe dan ook, vrijdag zit ik weer voor de buis. Lekker saai!