Op het internet had ik het adres opgezocht en op een warme dag reden we vanuit Memphis over de brug over de Mississippi de staat Arkansas in. Na een half uurtje rijden kwamen we er aan. Tenminste, dat dacht ik. Maar de navigatie bracht ons bij een soort gemeentehuis.

Het was het heetste moment van de dag. Niemand te zien, behalve een wat oudere man die kwam aansloffen. Ik stapte uit, maar voordat ik iets kon zeggen riep hij al: ‘Je bent hier goed, hoor!’ Hij bleek, samen met zijn vrouw, de beheerder van een klein museum. We werden allerhartelijkst ontvangen.

Het museum brengt het verhaal van Dyess in beeld. Het was een kolonie die tijdens de regering van president Roosevelt gesticht is. Het waren de jaren dertig. Diepe depressie. Veel armoede. Maar Roosevelt bedacht ‘The New Deal’: een project waarbij mensen huisjes kregen en een stukje land. Van de opbrengst moesten ze huis en land dan terug betalen. Een soort microkrediet, zeg maar.

In Dyess werden 600 huisjes neergezet en de familie Cash werd ook ingeloot. En zo groeide de jonge Johnny Cash als kind op in Dyess, zo vertelde ook onze gids. Maar ik was natuurlijk gekomen voor dat ene huisje. Wel, we kregen een plattegrond mee en vanaf de lange gravelroad erheen zagen we in de verte het huisje al liggen. Ik voelde mijn hart harder gaan kloppen.

Het bleek niet eens zo klein. Het was groter dan het huis waarin Elvis Presley opgroeide (zie vorige column). Maar met een groot gezin bleef het natuurlijk behelpen. Het huisje was helemaal gerestaureerd en ook het interieur was, met behulp van twee nog levende Cash-kinderen, in de oorspronkelijke staat teruggebracht.

We werden er rondgeleid door een andere vrijwilliger met een zware ‘southern drawl’ – het kauwende dialect van het zuiden. Ik zoog alles wat hij liet zien en vertelde in me op, want ook dit was heilige grond. En dan bedoel ik ook echt heilige grond, want hier leerde Johnny Cash de hymns die zo belangrijk werden in zijn leven.

In het huisje staat nog steeds de piano met daarop het hymnenboek. De moeder van Cash was een zeer gelovige vrouw en ze zong veel en graag. En het gezin zong mee. De invloed van zijn moeder op Johnny was zo sterk dat hij aanvankelijk gospelzanger wilde worden.

Maar zijn eerste platenmaatschappij wilde daar niets van weten: niet commercieel genoeg. En dus ging hij andere songs opnemen. Maar hij bleef de gospel trouw. Beroemd geworden bedong hij telkens dat hij ook gospelplaten mocht opnemen. Het werd een hele rij.

Dat alles ging door me heen toen ik bij de piano van moeder Carrie stond. Ze waren arm. Het was hard ploeteren op de zompige grond van Arkansas. Maar er klonken liederen van vertrouwen vanuit het kleine huis. Vertrouwen dat Cash vanuit Dyess meenam en dat hij nog hard nodig zou hebben.