In Tupelo staat het geboortehuis van Elvis. ‘Shotgun house’ wordt het type genoemd. Het zijn huizen met louter achter elkaar geschakelde kamers. Geen hal, geen gang. Van de ene kamer ga je naar de andere. Het geboortehuisje van Elvis telt maar twee kamers. Een slaapkamertje en een woonkamertje met daarin de keuken. Kleiner dan klein. Aan de voorkant is een kleine veranda. Dat is alles.

Het huisje is gerestaureerd. Het vormt samen met een museum en de kerk waar het gezin Presley toe behoorde, een bescheiden gedenkplaats. Het kerkje is overigens niet veel groter dan het huis. We zijn er even gaan zitten. En ik mijmerde over de dominee die in die kerk eens voorging. Hij speelde gitaar en bracht daardoor iets teweeg in de kleine Elvis dat grote gevolgen zou hebben.

Voor het zover was, moest zijn moeder nog wel een wissel overhalen. Elvis wilde voor zijn verjaardag een geweer. Zij wist hem te overtuigen dat een gitaar misschien wel leuker was. De winkel waar ze hem samen kochten is er nog steeds.

Tupelo – elke Elvis-fan zou er naartoe moeten. Dat doen ze kennelijk niet. Graceland, het landgoed in Memphis waar Elvis later woonde, is een kermis. Maar in Tupelo is het stil. Toch liggen daar de echte wortels. Elvis leerde er gitaar spelen.  Hij hoorde in het kleine kerkje de gospels die het fundament van zijn leven en muziek zouden blijven. Hij begon in zijn schoolklas liedjes te zingen.

Arm waren ze, de Presleys. Niet uit de goot, zoals in de tekst van Dylan waarmee ik opende. Het was wel sappelen. Maar ze leefden er oprecht. En Elvis was nog een verlegen jongetje - enig kind van eenvoudige mensen. Hij wist nog niet dat hij eens in buitensporige weelde zou leven en…die niet zou kunnen dragen. Zittend in het kleine kerkje kreeg ik ineens medelijden met dat jongetje.