God ter sprake brengen in de zin van: woorden vinden die open staan voor het mysterie - het is nog steeds een belangrijke drijfveer. Maar de laatste jaren merk ik dat de beweging zich ook heeft omgekeerd. Ik ontdek steeds meer onverwachte ‘bondgenoten’ die tot mij spreken.
Neem Paul Simon en de bekende Amerikaanse talkshowhost Stephen Colbert. Ze waren laatst in gesprek met elkaar over het nieuwste album van Simon getiteld ‘Seven Psalms’. Aan het eind van het interview vroeg Colbert of Simon een gelovig man was. ‘Ik zou zeggen ... ja,’ was het antwoord. Hij preciseerde dat antwoord. We leven in een ongelooflijk paradijs, aldus Simon. ‘Life is incredible.’ Geloof is voor hem een vorm van dankbaarheid.
‘En jij?’ vroeg Simon toen aan Colbert.
‘Wat?’ schrok Colbert. ‘Jij?’ zei Simon opnieuw. En toen legde Colbert zijn hart op tafel.
Hij vertelde dat hij jarenlang overtuigd was van zijn atheïsme. Toen werd hij op een dag overweldigd door een enorm van gevoel van dankbaarheid. Een vreugde die meer was dan geluk alleen. Want, zo zei Colbert, het leven kent ook veel verdriet. Maar de liefde die mensen dan met elkaar kunnen delen, geeft hem óók een diep gevoel van dankbaarheid en vreugde. ‘And it had to go some place.’ Het adres was ‘wat ik nu mijn God noem.’
Een van mijn meest inspirerende leermeesters (Okke Jager), schreef ooit dat de belangrijkste vraag voor kerk en theologie luidt: ‘Hoe spreken wij zo over God dat gelovigen en ongelovigen ervan ophoren?’ Het klinkt voor mij nu te pretentieus. Vooral dat woordje ‘wij’. En er valt ook veel te horen in plaats van te spreken.
Opvallend veel ‘Godtalk’ komt uit onverwachte hoek. Stephan Sanders, Willem Jan Otten, Vonne van der Meer, Jon Fosse, Kristien Hemmerechts, Christian Wiman, Bob Dylan, Leonard Cohen, Shane MacGowan, Bono, Nick Cave, Paul Simon, Stephen Colbert… - de namen van nieuwkomers en herintreders en altijd-al-gelovigen-maar-zich-er-nu-over-uitsprekend rijgen zich aaneen. Van wat ze te melden hebben, hoor ik op.
Meer en meer leer ik: ik hoef God niet te redden, ik hoef alleen maar Zijn sporen aan te wijzen. En vooral: te volgen.
(hier het gesprek van Paul Simon en Stephen Colbert; het aangehaalde gedeelte vanaf minuut 28; daaronder een clip waarin Simon een van zijn Psalmen zingt)


