In een prachtige song getiteld ‘Every Grain of Sand’ zingt Bob Dylan over die mysterieuze aan/afwezigheid van God: Ik hoor aloude stappen als het deinen van het tij / Soms kijk ik op, zie iemand daar, maar soms zie ik enkel mij. Het kan niet altijd feest zijn, zeg maar. Soms ervaar je God. Maar soms ook niet. Dan lijkt God een zelfgeschapen illusie. Zie ik enkel mij (zoals de vertalers van Dylan’s lied wat kreupel weergeven).
Vanmorgen was het weer feest. De zon ging weer eens schitterend op. Alsof God eigenhandig de luchten aquarelleerde en de zon aan een touwtje vanachter de horizon optrok. En omdat ik de dag buiten mediterend pleeg te beginnen, stond ik er met mijn neus bovenop.
Ik moest meteen aan mijn moeder denken. Zij woont op een flat, hemelsbreed niet ver van ons, en heeft altijd een riant uitzicht op zonsopkomst en –ondergang. Ik belde haar, zoals elke morgen, op. Of ze er ook zo van genoten had. Dat had ze. ‘Je begrijpt niet dat mensen die niet geloven nooit eens denken: wie maakt dat toch?’ zei ze. U merkt: de appel valt niet ver van de stam - ook zij had religieuze connotaties bij de nieuwe dag.
Vanmorgen deelde ik mijn ochtendervaring op Facebook. Onder de foto de tekst: ‘Gods licht over een nieuwe dag.’ Ik kreeg meteen weerwoord van twee heiden-vrienden. De één: ‘En later Gods regen?’ De ander: ‘En ik maar denken dat het de zon is.’ Ach ja, beminde heidenen: soms ziet een gelovige hetzelfde anders. Maar inderdaad, een regenbuitje kan het al wegspoelen. Gelukkig morgen weer een dag.
Column
Zon, God en regen
‘Elke dag dat de zon weer opgaat is een teken dat God er nog iets in ziet.’ Ik hoor het mezelf vaak zeggen. Met een opgewekte toon en een opgetogen hart. Maar eerlijk gezegd zijn er natuurlijk ook weleens dagen dat ik het zo niet beleef. Omdat de toekomst donker lijkt. Of omdat God een beetje op de achtergrond is geraakt. Een dominee is net een mens.