Categorie

Columns

Ik heb een knipperlicht-geloof. Het gaat aan-uit-aan-uit. Niet eens met vaste regelmaat. Dat zou nog enige stabiliteit geven. Maar soms is het aaaaan-uit-aan. Een andere keer: aan-uiiiiit-aan.
Het is het einde van het jaar. Tijd voor allerlei lijstjes. De beste pop-albums van het afgelopen jaar. De beste boeken die je las. Helemaal niet zo gek om eens terug te kijken. Je maakt de balans op. Wat vond je mooi? Wat bleef hangen?
Laat ik de volgende stelling eens in uw midden gooien: ‘Er zijn geen grotere vijanden van het leven op aarde dan wetenschap en techniek.’ Zou dat kunnen kloppen? Ik neem u mee in een klein denkexperiment met een wending aan het eind.
Column

Mancave

Ik heb in huis mijn eigen mancave (ook wel geschreven als ‘man cave’ – letterlijk ‘mannengrot’). Nog nooit van gehoord? Zoek het op bij Wikipedia en je leest: ‘Een mancave is een plek waar mannen hun hobby of favoriete bezigheden (zoals poker spelen of sport kijken) kunnen beoefenen. Vaak is het een zolderkamer of garage, die helemaal naar hun smaak is ingericht.’
Vorige week had ik een paar dagen vrij. Een mooie gelegenheid om spiritueel m’n licht ook eens elders op te steken. Letterlijk, want in bedevaartplaats Kevelaer (we zaten in de buurt) vallen er genoeg kaarsen op te steken, wat we dus ook deden. Maar ook figuurlijk: zondag (we waren weer terug) kerkten we in de Oud-Katholieke Kerk van Dordrecht.
Mijn vader was een gelovig man. Toch sprak hij op zijn ziekbed nauwelijks over de verwachting van een leven na dit leven. Eén keer vroeg ik hem: ‘Hoe beleef je dit laatste stukje, pa?’- ‘Vol vertrouwen,’ antwoordde hij. Met een ontvankelijke blik die zijn woorden onderstreepte. Verder deed hij er het zwijgen toe. We begrepen elkaar.
Vorige week was ik in Kampen. Bekend terrein, want ik bracht er mijn studietijd door. Dit keer was ik er voor Christian Wiman. Hij is een Amerikaanse dichter die furore maakt met zijn boek ‘Mijn heldere afgrond’. Over dat boek was een studiedag. Ik mocht er de openingstoespraak doen. Best spannend, want het moest in het Engels en Wiman zelf was aanwezig.
Ineens zaten we samen achter het raam: mijn collega Johan en ik. We waren in Cookers, het plaatselijk eetcafé. Voor mij bekend terrein. Ik zit er één keer in de twee weken. Voor hem is het geen bekend terrein. Hij is nieuw in ons dorp. Nog volop in de verkenning van zijn nieuwe kerk.
‘Wat is de code ook alweer?’ Ik moet het regelmatig vragen aan een verpleegkundige of receptioniste. Als predikant kom je vaak in verpleeghuizen. Sommige afdelingen zijn gesloten. Er is een codeslot. Meestal is het jaartal de code, maar soms met een toevoeging. En die kan ik niet allemaal onthouden. Vandaar mijn vraag.
Column

Afscheid

Het deed me veel – het afscheid van mijn dierbare collega Annette. Ik merkte het al toen ik thuis hardop de teksten las die ik bij haar vertrek uit Papendrecht mocht spreken. De eerste had ik zelf gemaakt. Het was een soort gesproken column voor een ludieke avond. De tweede was een vaste tekst uit het liturgisch ritueel waarmee afscheid genomen wordt van een predikant