Nu was die overgang niet alleen te wijten aan de drukte. In Papendrecht is het nooit stil. We wonen er ingesloten door een rivier en snelwegen. En ons huis staat weliswaar in het midden van die ring, maar toch is het gezoem van het snelverkeer en het geluid van zwoegende scheepsmotoren er altijd te horen. En dan is er ook nog het dagelijks geluid van dichtbij: brommers en auto’s, bouwkranen en sirenes.

In Limburg viel het plotseling allemaal weg. Het was letterlijk vakantie. Vakantie komt van het Latijnse 'vacare': leeg maken. En leeg was de lucht. Alleen het geluid van vogels. En in de verte af en toe de zachte tik van een golfclub die een bal wegslaat.

Wonderlijk ook hoe stilte de ruimte groter maakt. Niet alleen de ruimte van het landschap. Ook de ruimte in jezelf. Wat weggedrukt werd of moest worden, krijgt lucht. Stilte verbindt je met de diepste lagen van je ziel. Met God.

We troffen het niet alleen wat stilte betreft. Het was ook nog eens prachtig lenteweer. We plaatsten twee stoelen op het terras en sloegen in een weldadig zonnetje onze boeken open. Ik las een gedicht van Billy Collins. Het ging over een vreemd soort heimwee: het zere verlangen naar de plaats waar je op dat moment bent. Ik wist precies wat hij bedoelde.