Vooral die laatste variant is lastig. Voor veel mensen is een dominee een full prof-gelovige. Zijn of haar geloof zou altijd op ‘aan’ staan. Maar helaas, zo werkt het kennelijk niet. Althans, niet bij mij.

Tegelijk heb ik een hekel aan predikanten of theologen die koketteren met hun twijfel. Zo van: kijk mij ook eens een gewoon mens zijn. Daarvoor vind ik die ‘uit-perioden’ van mijn geloof te verontrustend. Mijn angst is: stel dat het op ‘uit’ blijft staan? Haal ik mijn pensioen nog wel als gelovige?

Soms voel je het geloof in je wegzakken als water in zand. Gewoon, het gebeurt. Ongemerkt. Andere keren is het de verpletterende werkelijkheid die het geloof verpulvert. Al die ellende in de wereld en geen spoor van God.

Deze week was in het nieuws dat het aantal ongelovigen voor het eerst gelijk gekomen is aan het aantal gelovigen. We verliezen terrein. ‘We’ zeg ik. Maar voor hetzelfde geld kan ik dus zeggen ‘ze’. Want soms sta ik aan de andere kant van de streep.

Toch kan ik niet niet-geloven. Daarvoor is het verlangen naar geloof in mij te groot. En gelukkig wordt dat verlangen ook bij tijden gestild. Als ik bid en verkeer met het woordeloze mysterie. Een stilte die spreekt. Of als ik kijk naar de wolken en ervaar dat er iets is dat alles overstijgt.

Maar het is dus een kwetsbaar goedje, dat geloof van mij. Toch ga ik met dat kwetsbare goedje Kerstfeest vieren. Samen met honderdduizenden anderen, waarvan verreweg het grootste deel ook zo’n kwetsbaar (on)geloof heeft. Maar het kind in de kribbe kijkt er niet op neer. Het kan het niet eens. Het is zelf zwak en kwetsbaar. Kijk, en dan springt mijn geloof ineens weer op ‘aan’.

Iedereen een gezegend Kerstfeest!