Vaak brengen ze ook anderen nog op een idee. Die klikken hun karretje aan het eerste. Zo zijn zij in ieder geval hun 50 eurocent statiegeld niet kwijt. Op den duur staat er dan een heel rijtje.

Meestal zijn de winkelwagens na een paar dagen weg. Waarschijnlijk opgehaald door winkelpersoneel. Of door nieuwe parkeerders meegenomen die nu hun lege flessen of kratten niet zelf hoeven dragen. Of de wagentjes worden teruggebracht door de beheerders van onze kerk. Dat kan ook nog. Moet ik nog eens vragen.

Hoe dan ook, veel mensen zijn dus slordig. Ze kiezen voor het gemak. Ze hebben lak aan anderen. Ze zorgen voor verrommeling. Toch denk ik dat die winkelwagentjes niet op zichzelf staan. De sfeer in de maatschappij wordt in het algemeen rommeliger.

Neem de zorg die mijn bejaarde ouders krijgen. Niets op aan te merken! Maar mijn ouders hebben na ruim een half jaar nog altijd geen rekening gekregen. Ze weten dát ze moeten betalen, maar niet hoeveel. Dat maakt mijn vader – pietje precies die hij altijd is geweest – onzeker.  ‘Achterstand in de administratie,’ zeggen ze dan. Je zaken niet op orde, zul je bedoelen!

Mag ik nog even verder klagen? We wilden weleens weten hoe het pensioen van mijn vrouw er straks gaat uitzien. ‘Regelen we, mevrouw,’ zei een aardige telefoniste, ‘maar het kan wel zes weken duren, want het is erg ingewikkeld. Maar u kunt het ook zelf uitrekenen op de site, hoor!’

Ik dacht nog: waarom ingewikkeld als je het zelf ook op de site kunt uitzoeken? Maar goed, dan de site maar geprobeerd. Die bleek aan elkaar te hangen van technische storingen. (#$%^&!) De beloofde post kregen we. Inderdaad, na zes weken. Maar niet met de gevraagde cijfers.

Eenzaam stond de winkelwagen in het duister tegen ons kerkgebouw. Willekeurig achtergelaten. Een beetje verloren. Wachtend tot het gezocht en gevonden wordt. Dan is het bij de kerk wel op het juiste adres, bedenk ik nu. Morgen eerste werk: zelf terugbrengen.