We waren er al eens in 2011 toen we verzeilden bij de zogenaamde Heiligdomsvaart: een zevenjaarlijkse processie waarbij relieken door de straten van Maastricht worden gedragen. De processie eindigde in de genoemde basiliek. Daar maakten we het afsluitend ritueel mee. Het was indrukwekkend.
Daarom dachten we: we willen ook weleens een gewone zondagse dienst meemaken. Dus wij erheen. We vroegen ons af: zou het druk worden? Diensten in de rooms-katholieke kerk worden over het algemeen maar mondjesmaat bezocht. Maar hoe zou het zijn in het hart van deze door en door roomse streek? Het viel niet tegen. De kerk bleek goed gevuld.
Maar ondanks de goede opkomst viel me op dat er slecht gezongen wordt. Nu staan onze rooms-katholieke zusters en broeders ook niet bekend om hun meeslepende volkszang: vanouds werd er alleen door een koor gezongen. Maar het gezang klonk in deze prachtige kerk wel erg schamel – vooral omdat je de dienstdoende priester boven alles uit hoorde. Die deed trouwens ook met de preek zijn best: hij had er werk van gemaakt. Een mooie predicatie over Driekoningen.
Maar nog iets anders viel me op. Tijdens de dienst liep in de zijbeuken hier en daar nog een verdwaalde toerist. Dat voelde ongemakkelijk. Je waande je beloerd als folkloristisch fossiel. Ik voelde de verbeelding van de liturgie in me wegzakken. Geloof heeft namelijk de neiging om onder objectiverende blikken te verdampen. Liturgie is toch ‘a community in action’ (W. H. Auden)? Ze vraagt dus deelnemers, geen toeschouwers.
Maar opeens bedacht ik: de kerk is op deze manier wel een missionaire ruimte! Wanneer komen buitenstaanders in aanraking met de kerk? Alleen nog bij een doop, huwelijk of uitvaart in de familie- of vriendenkring. Maar hier was de drempel zo laag dat je ongestoord binnen kon lopen in een gewone dienst. Je kunt er gelovigen in hun habitat waarnemen. De kerk op zicht, zeg maar. Vrijblijvend. Open. Wat is er eigenlijk mis mee? Zo zie je maar: de rooms-katholieke kerken hebben veel wat protestanten missen - van processies tot open kerken.

Boek
Geen leer maar overlevering
Harry Kuitert is al jaren de luis in de pels van de kerk. Dat maakt hem bij velen geliefd, bij anderen juist niet. Dat hij er in de loop der jaren niet milder op is geworden, toont zijn nieuwste boek. Kuitert is inmiddels 90 jaar (!), maar hij is een onverminderd scherp waarnemer waar het de negatieve kanten van de kerk betreft.
11 november 2014

