Wisse toont vier verschillende terreinen: het traditioneel, gemoderniseerd, evangelicaal en buitenkerkelijk christendom. Het laatste is het meest verrassend. Wisse serveert het niet af. Hij laat zien dat veel gelovigen zich met goede reden buiten de kerk ophouden. Hij spreekt over ‘christenen in de verstrooiing’.

Maar ook deze vorm van christendom benadert hij met hetzelfde criterium als de andere. Hij gebruikt het begrip ‘betekenis’ om te laten zien wat ze al dan niet waard zijn. Van alle vier gestalten noemt hij de betekenis die ze met zich meedragen, maar ook waar er betekenisverlies zichtbaar wordt.

De schrijver benadert de verschillende terreinen van het christendom dus niet met de vraag: welke is waar? Het zoeken naar waarheid leidt meestal tot een welles-nietes-discussie. Maar afgezien daarvan: Wisse is ervan overtuigd dat mensen niet allereerst geloven omdat iets waar is, maar omdat het hun leven betekenis geeft.

Maar waar staat de schrijver zelf? Daarover gaat het tweede deel van het boek. Het kader waarbinnen hij zijn eigen positie bespreekt is dat van de liturgie. Nader: van de liturgie in de Paasnacht. Van een tocht door het veelkleurige christelijk landschap gidst Wisse ons dus vervolgens de kerk in en wel op het belangrijkste moment van het kerkelijk jaar. Daar ligt de poort waardoor je het geloof het best kan binnentreden.

‘Zo’

De liturgie van de Paasnacht is vanouds gebouwd rond twee brandpunten: doop en avondmaal. Beide hebben deze achtergrond: ze leren je het kwaad in de wereld en jezelf aan te kijken. Maar ook: om een nieuw mens te worden.

Wisse zet dus in bij het kwaad. Is dat niet weer het oude christendom met zijn overdreven zondebesef? ‘Nee,’ zegt Wisse, ‘ik doe slechts een beroep op algemene inzichtelijkheid’. Iedereen kan zien dat geen mens zichzelf kan ontworstelen aan de strengen van het kwaad. De wereld verbeteren? Het moet, maar die strijd begint bij de erkenning dat je die strijd niet aankunt. Daarvoor heb je God nodig. Die alleen kan er voor zorgen dat je jezelf aanvaardt – met alle onmacht en kwaad dat er aan je kleeft. Pas die aanvaarding kan een mens veranderen. Maar voor die aanvaarding moet je jezelf dus uit handen geven. Wisse: ‘Het zal een kwestie moeten zijn van totale overname, een, juist, nieuwe geboorte, een geboorte waarbij je jezelf bij God kwijtraakt, maar ook uit handen van God weer terugkrijgt.’

Daarom zijn doop en avondmaal zo belangrijk. Want in de doop gaat het om een sterven en opstaan met Christus. Hij gaat, om zo te zeggen, met je mee en staat voor je in. En bij het avondmaal krijgen we de verzekering dat we ondanks ons falen (een mens wordt nooit perfect) aanvaard zijn en blijven.

Het woord ‘zo’ uit de titel van het boek wijst dus op de betekenis die de centrale rituelen van het christendom je leven kunnen geven. ‘Terug naar de kern’ zou je ook kunnen zeggen. En die kern is: je omkeren naar het goede lukt alleen als je jezelf met al je mislukkingen aan God uitlevert.

Voor wie

Het zal duidelijk zijn dat Wisse de mensen dus graag terug in de kerk heeft. Daar is iets te vinden wat ook onder buitenkerkelijke christenen niet te vinden is: een gemeenschap waar een waardevol ritueel in ere wordt gehouden. Maar Wisse pleit ook voor een kerk die de mensen niet bindt aan een commitment aan allerlei kerkelijk bezigheden. Ze moet een gemeenschap zijn die open is naar hen die op de een of andere manier bij de gemeenschap betrokken willen raken.

Dat maakt dit boek uitermate geschikt voor – wat ik noem – ‘drempelgelovigen’. Ze staan op de drempel om de kerk úit te gaan of ze staan nog buiten maar aarzelen of ‘binnen’ ook wel iets voor hen is. Met name de niet-opdringerige toonzetting van Wisse is aangenaam en geeft de ruimte die juist aarzelaars nodig hebben.

Drempelgelovigen zijn er trouwens in steeds groter aantallen. Ook onder hen die nog wel kerklid zijn (en willen blijven). Het boek van Wisse zou hen verder kunnen helpen. En ik zou het boek zelfs willen gebruiken in de kring van jonge gemeenteleden die overwegen belijdenis te doen. Dan pik ik zelf trouwens ook een graantje mee, want de drempelgelovige in mij voelde zich ook aangesproken.

Vragen

Maar er zijn ook wat kritische kanttekeningen te maken. Allereerst bij wat Wisse aanwijst als de kern. Het goede doen lukt je alleen als je jezelf bij God kwijtraakt en weer terugkrijgt, aldus Wisse. Maar hij verliest zich soms zelf in wel heel grote woorden: de Heilige Geest ‘verzekert je er ook van dat je oké bent en vernieuwt je innerlijk zo dat je daadwerkelijk goede dingen gaat doen.’ Wanneer dat zo is, dan moet dat op z’n minst aantoonbaar zijn. Maar blijft niet altijd de angel dat christenen niet aantoonbaar meer goede dingen doen dan niet-christenen? Blijven we niet allemaal en altijd verstrikt in de draden van het kwaad – wedergeboorte of niet? Laat christen-zijn een zaak zijn van vallen en opstaan waarbij opstaan het laatste woord heeft – dat neemt niet weg dat christenen net zo vaak en hard kunnen vallen als niet-christenen. Wisse heeft daar wel aandacht voor. Zie zijn hoofdstuk over het avondmaal. Maar wat is per saldo de echte winst van het christen-zijn?

Tweede bezwaar. Hoe verder Wisse komt, hoe theologischer en kerkelijker zijn taal. Hij komt met alleen het begrip ‘betekenis’ niet helemaal uit. Hij gaat ook steeds meer het wát van het geloof uitleggen, tot en met ingewikkelde zaken als de verzoening. Daar zou hij de aarzelende gelovigen die hij over de drempel wil hebben weleens van zich kunnen vervreemden.