Dit priesterschap vindt zijn centrum in de liturgie waar we plaatsvervangend voor de wereld God loven en waar we ons gezonden weten door de God die in vreugde zijn vrije genade aan mensen biedt. De boodschap van Paas: 'Concentreer je op die kern en niet op de vraag waar de grens van kerk en wereld ligt: die is namelijk niet zo gemakkelijk te bepalen.'

Ik moest bij het lezen denken aan een beeld dat ik trof bij een Australische theoloog. Zijn ideaal van een kerk is de wijze waarop een Australische boer zijn kudde bij elkaar houdt: niet door er een hek omheen te zetten, maar door de waterbron open en goed te houden. De dieren kunnen vrij alle kanten uit lopen, maar de boer vertrouwt erop dat de bron zelf aantrekkelijk genoeg is.

Bij veel missionaire activiteiten speelt ons dat hek nog parten: een scherpe scheiding tussen kerk en wereld. We willen zoveel mogelijk mensen binnen het hek krijgen. Dat is overzichtelijk. Maar die ambitie levert behalve kramp ook veel teleurstelling en vermoeidheid op. Want er komen niet zoveel mensen naar binnen. Sterker, er lopen er meer door het hek naar buiten dan andersom.

De boodschap is dus: de bron openhouden. En hoewel Paas dit beeld zelf niet gebruikt (ik vul zijn boodschap nu zelf zo maar even in): de bron is de liturgie. Meer in het bijzonder: de eucharistie, de dankzegging aan de God die omziet naar mensen. Daar komt meteen ook onze naaste om de hoek kijken, want geen God zonder naaste. Binnen de kerk gaat het dan ook om relatievorming - om het even of dat nu met elkaar is of met iemand die geen gemeentelid is.

Een belangrijke gedachte achter dit boek is ook dat kerkmensen plaatsvervangend kunnen (ge)loven voor anderen. Dat inzicht zijn we in onze individualistische tijd verloren. Maar we hebben het nodig om op ontspannen en vreugdevolle wijze christen te zijn. Je kunt je volwassen kinderen voortdurend lastig vallen met kerk en geloof, maar ook denken: ik ga ook plaatsvervangend voor mijn kinderen naar de kerk.

Daarmee is niet gezegd dat er niet meer geëvangeliseerd moet worden. Paas is daar ronduit vóór. Maar niet met de kramp waarmee het vaak gepaard gaat. De zaak van de kerk is als het beheren van een tuin: je moet er wat aan doen, maar je kunt de planten niet de grond uittrekken. Een gedachte mij uit het hart gegrepen? Nee, een bóek mij uit het hart gegrepen!