In Trouw van zaterdag ziet Stevo Akkerman in de kunst dat anti-religieus zijn niet meer verplicht is. Jonah Falke ging op onderzoek uit bij zware kerken in de Biblebelt en keerde opvallend positief terug. Dichteres Lieke Marsman betuigt haar geloof in ‘misschiens’: misschien bestaat God wel. 

Nu is het altijd oppassen geblazen met dergelijke hoopvolle tekenen. Wie het pand van het christelijk geloof lief is, ziet maar al te graag dat er mensen zijn die mogelijk jouw gehavende pand komen versterken. Maar de tijden van weleer keren niet terug, zoveel is zeker.

Akkerman is ook voorzichtig. De nieuwe generatie kunstenaars is niet ineens religieus aan het worden. Ze ziet religie hoogstens als een geestverwante poging om het bestaansmysterie uit te drukken. En Falke heeft dan inmiddels een zwak voor strenge protestanten en hekelt het soort atheïsten dat iedereen in hun stramien wil, maar hij blijft zelf agnost. En Lieke Marsman? ‘Misschien’ blijft bij haar het sleutelwoord.

Maar deze mildheid, het niet-weten en voorzichtige openheid doen mij goed. Ik signaleer die ook elders. Ik verdiep mij de laatste jaren in de rol van spiritualiteit in m.n. Engelstalige poëzie. Het aantal dichters dat geloofminnend of geloofzoekend is, is ronduit verbazingwekkend. Daar is de ontwikkeling misschien nog wel duidelijker dan hier.

Als de kunst de barometer is van een opkomend levensgevoel, is er een nieuwe lente op komst. De voorzichtig opkomende sneeuwklokjes zijn in het guur en grauw getij van onze tijd bemoedigende tekenen. Je moet er misschien wel je (gehavende) pand voor uit om het te zien.