Beide heren zijn niet alleen collega’s op Yale University in Amerika maar ook vrienden. Samen wandelen ze veel. Tijdens die wandelingen voerden zij gesprekken die hen op het idee brachten mails naar elkaar te sturen. Hun mailcorrespondentie vindt haar neerslag in dit boek.
Dat het tussen vrienden niet altijd koekoek één zang hoeft te zijn, blijkt ook maar weer eens uit deze mailwisseling. De dichter verschilt nogal eens van mening met de theoloog. Dat heeft alles te maken met het sterke stempel dat de levensgeschiedenis van Wiman heeft gedrukt op zijn geloof. Hij is al jaren ziek, heeft bij tijd en wijle veel pijn, en moet ook nog eens behandelingen ondergaan die hem teisteren. Het is dan ook goed te begrijpen dat met name de lijdende Jezus centraal staat in zijn geloof. Je zou zelfs kunnen zeggen dat zijn hele Bijbel is terug te brengen tot het kruis, ja: tot de uitroep van Jezus ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Het heeft hem gepakt en getroost.
Hij werd in dit alles sterk geïnspireerd door het boek van de Duitse theoloog Jürgen Moltmann ‘De gekruisigde God’. Want niet alleen de Bijbel gaat bij Wiman op in de gekruisigde Christus, ook God laat zich nergens anders vinden. Het zijn vooral deze opvattingen (over de concentratie op het kruis) die voeding geven aan het gesprek. Volf zegt weliswaar: ‘Slechts bij hoge uitzondering komt iemand alleen via de Bijbel tot geloof’. Maar de opvatting van Wiman dat sommige gedeelten van de Bijbel ‘totaal gestoord’ zijn is Volf wat te kras.
Ongetwijfeld hebben de meningsverschillen (of zijn het ervaringsverschillen?) ook te maken met het feit dat de een dichter is en de ander theoloog. Volf noemt zich in zijn geloof dan ook prozaïscher dan Wiman. Daarom klinken zijn brieven ook wat genuanceerder maar tegelijk ook wat vlakker, en hier en daar ook wat belerend. Wiman spreekt meer op het scherpst van de snede over God.
Een spannend boek dat op elke bladzijde laat zien dat de heren elkaar in diepe vriendschap dwingen tot de kern te komen.


