De documentaire over zijn korte leven laat ooggetuigen aan het woord. Niet alleen medemusici, maar ook twee geliefden en vooral zijn moeder. Zij kreeg Jeff na een kortstondige relatie met de singer-songwriter Tim Buckley die contact met zijn zoon niet op prijs stelde. De pijn daarover zou Jeff blijven kenmerken.
Wonderlijk genoeg heeft de zoon zijn plotselinge roem mede te danken aan zijn vader. Tim overleed ook jong en ter ere van hem werd een herdenkingsconcert gehouden waar Jeff optrad. Hij viel meteen op. Hij werd benaderd door een platenmaatschappij en nam een album op dat de titel ‘Grace’ meekreeg.
Het bleek een voltreffer. Niet alleen vanwege zijn versie van Leonard Cohen’s ‘Hallelujah’ (zijn cover gaf het nummer pas echt bekendheid), maar vooral vanwege het nieuwe geluid in de popmuziek. Maar dit succesvolle debuut zorgde ook voor immense druk op Buckley. Er moest een tweede album komen dat minstens zo succesvol was. Maar door het vele toeren kwam hij nauwelijks toe aan nieuwe nummers.
Hij verhuisde naar Memphis waar hij zich terugtrok in een klein huis om rust te vinden. Op een dag ging hij zwemmen in de Mississippi en verdronk. Zijn lichaam spoelde een paar dagen later aan op de oever in de buurt van Beale Street, de bekende muziekstraat van Memphis. Ik was een paar jaar geleden op die plek en hoorde in gedachten zijn breekbare falsetstem.
Het bijzondere van de documentaire over zijn leven is dat er nog zoveel materiaal uit dit kortstondige leven is overgebleven. De makers moesten wel grijpen naar graphics. Maar de getuigenissen van zijn dierbaren konden worden aangevuld met veel beelden en geluidsfragmenten van Buckley. Wat die laatste betreft: het gaat dan vaak over boodschappen ingesproken op antwoordapparaten. Het biedt een intiem inkijkje in zijn korte maar turbulente leven. Het laatste bericht dat de film laat zien is dat aan zijn moeder.

