Ik had al bij andere verenigingen geprobeerd. Bij de één was
er een wachtlijst van twee jaar. Bij de ander was wel meteen plek, maar waren
er alleen percelen van 300 m2, en dat leek me voor een beginner wat
veel. Bovendien zag het er niet zo gezellig uit.
Toen reed ik kort geleden langs een bord: ‘Volkstuinen vrij’.
Na een blik naar beneden (ik reed over een dijk) maakte mijn hart een huppeltje:
dat ziet er leuk uit. Ik bellen. Maar de meneer die ik aan de lijn had,
vertelde me dat de tuinen net weg waren. Hoewel…op één tuin was nog een optie. Er
was dus nog een kans. Maar ze wilden de mensen wel eerst even zien voordat die
in aanmerking zouden kunnen komen. Of ik vrijdag langs kon komen.
Natuurlijk kon ik dat! Stipt op het afgesproken tijdstip was ik er. Twee bestuursleden wachtten mij op. Ze vertelden meteen dat er een perceel vrij was: tuin numero 1, 138 m2 groot. Mijn enthousiasme overspoelde hen kennelijk, want één van hen probeerde mijn oplaaiende begeestering meteen in realistischer banen te leiden: begin met een klein stukje, zet er niet meteen een schuurtje of een kasje op, en start niet met zaadjes maar met voorgekweekte plantjes. Ik knikte gedwee. Hier sprak een man die meer mensen gezien had wier enthousiasme in de kluiten van een volkstuin was vastgelopen.
Van mijn zus, die veel verstand van tuinen heeft en die er
kennelijk ook op wil toezien dat mijn wilde plannen kans van slagen hebben,
kreeg ik een kloek standaardwerk over moestuinieren. Inmiddels zit ik mij al
dagen in te lezen. Maar niet alleen over moestuinen. Ik lees ook een boek van Wendell
Berry, Amerikaans schrijver, ecologisch activist én boer. Bij hem las ik deze
passage (vertaling is van mij):
De meest voorbeeldige natuur is de bovengrond. Hij doet
aan Christus denken in zijn passiviteit, zegenrijkheid en in de daarin
doordringende energie die voortkomt uit zijn vredigheid. Hij groeit door
ervaring, door de seizoenen die er overheen gaan, door de groei die er uit
opkomt en erin weerkeert, niet door ambitie of agressiviteit. Hij wordt
verrijkt door alle dingen die sterven en erin worden opgenomen. Hij bewaart het
verleden, niet als geschiedenis of geheugen, maar als rijkdom, nieuwe
mogelijkheid. Zijn vruchtbaarheid bouwt altijd uit de dood belofte op. Dood is
de brug waarover of de tunnel waardoor zijn verleden de toekomst binnengaat.
Grote woorden, maar woorden die passen bij mijn enthousiasme
over tuin 1: laat ik zó naar mijn perceeltje kijken en erin werken – met verwondering.
En wat die vergelijking met Christus betreft: tuinieren is in de grond (!) een
spirituele activiteit.


