Werk

Artikelen

Essays, columns en theologische verkenningen.

Woodstock is de moeder van alle muziekfestivals. Morgen is het 50 jaar geleden dat het begon. Het drie dagen durende event trok 500.00 mensen. Ze zagen en hoorden een parade van artiesten die er destijds (en nog lang daarna) ertoe deden.
Columns

Oerboek

Ik kreeg het op mijn negentiende verjaardag: het boek ‘Ik en Gij’ van Martin Buber. Een tegelijk filosofisch en spiritueel werk. Toen ik het las, was het alsof de bliksem bij me insloeg. Sindsdien heb ik het vele malen herlezen. Zóveel dat het eerste exemplaar letterlijk stukgelezen werd en ik een nieuwe moest kopen. ‘Ik en Jij’ heet het nu.
De vakantietijd komt er aan. Hij is voor sommigen zelfs al begonnen. Zoals voor mij. Ik keek er net zoals alle andere mensen naar uit. Je kunt weer even opademen. Een vergeten kant van je naar boven laten komen. ‘De dromende ziel’ noemde een dichter die vergeten kant. Dit in tegenstelling tot ons ‘daglicht-ik’: de kant van onszelf die de dagelijks boventoon voert.
We hadden Bas Haring op bezoek. ‘We’, dat zijn de mensen van De Morgenster, mijn kerk. We bestonden 100 jaar. Daarom was er een feestweek. En we wilden, naast van andere activiteiten, ook iets doen voor de samenleving van Papendrecht. En dus nodigden we Bas Haring uit, ‘volksfilosoof’ zoals hij zelf zegt.
'Poëzie wordt gelezen door de liefhebbers van poëzie en gehoord door een paar anderen die zich mee laten tronen naar café of stadsbibliotheek voor een dubbelfocuslezing. Er zijn misschien een miljoen liefhebbers van poëzie op de hele wereld. Minder dan beoefenaars van het canasta.'
De Morgenster bestaat 100 jaar. Reden tot dankbaarheid. Er komt dan ook een heuse feestweek. Maar u ziet in de titel van dit artikel behalve een uitroepteken ook een vraagteken staan. Is er wel reden voor feest? Ja en nee, zou ik zeggen.
Columns

Vastentijd

Ooit gingen wij van een groot naar een kleiner huis. Vooraf deden we al veel spullen weg. Maar toen de verhuisdozen in het nieuwe huis kwamen, bleek er voor de inhoud van zo’n dertig dozen nog steeds geen plek! Een mens heeft meestal meer dan hij denkt.
Het is februari 2019. Ik zit voor een vakantiehuisje. We hebben een weekje vrij. Net zoals in voorgaande jaren kozen we voor Limburg. Het huisje kijkt vanaf een glooiende heuvel uit over een vredig dal. Het is er stil. Zo stil dat het me ineens opvalt hoeveel geruis me dagelijks omringt in Papendrecht.
Februari. Een voorjaarszonnetje. Aangenaam weer. En het is vakantie. Niet voor mij. Het is mijn schrijfdag: artikelen, preken. Maar schoolkinderen zijn vrij. En dat is te merken. De speeltuin in het park voor ons huis is goed bezet. Ik kan het, naar rechts kijkend, vanachter mijn schrijftafel net zien.
Ze zijn nog wel te krijgen, maar op straat zie je ze nauwelijks meer: het herenpolstasje. Ik heb er ook jaren één gehad. Zoals de timmerman zijn gereedschapskist heeft, zo had ik dat tasje. Alles kon erin. Autopapieren, portemonnee, telefoon en vooral: mijn Bijbeltje. Want zeg nou zelf: geen dominee zonder Bijbel op zak.