Wie een roman wil lezen van 1232 pagina’s, maar ook wil ervaren hoe snel zo’n verhaal kan gaan, zodat je aan het eind het gevoel hebt dat het jammer is dat het is afgelopen, heeft aan dit werk een goeie, omdat het je in duizelingwekkende vaart meevoert van de ene episode van de geschiedenis naar de andere, en ook van het ene land naar het andere, want de schrijver start in zijn vaderland Noorwegen, maar beschrijft de emigratie van zijn hoofdpersoon Max naar Amerika waar deze als puber met een diep heimwee naar verloren vrienden toch een nieuw leven gaat opbouwen tegen het decor van de recente geschiedenis van Amerika, zodat je als lezer niet alleen de Vietnamoorlog van binnenuit meemaakt (ook omdat de hoofdpersoon een bewonderaar is van Francis Ford Coppola vanwege diens cultfilm Apocalypse Now), maar ook de aanval op de Twin Towers en de verwoestende werking van de orkaan Sandy, daarnaast aan de hand meegenomen wordt naar moderne rituelen als Burning Man in de woestijn van Nevada, en een kijkje krijgt in de kunst- en toneelwereld van New York en in de filmwereld van Hollywood, waarbij ook nog eens New York, Brooklyn en Long Island - het hoofddecor van de roman - zó nauwgezet in beeld komen dat je bijna denkt dat je er zelf woont; en dat alles met als rode draden de vriendschap tussen de hoofdpersoon en de joodse Mordecai én de liefdesgeschiedenis van Max met zijn Mischa, waarvan de teloorgang (maar misschien ook wel het happy end, dat blijft in het midden) zo indringend en ontroerend wordt beschreven, met een haarscherp oog voor detail en een poëtische pen, dat je aan het eind van de roman moet concluderen dat een Noorse schrijver, en niet een of andere Amerikaanse topauteur, erin is geslaagd The Great American Novel van het begin van de 21ste eeuw te schrijven!

O ja: en er staan heel wat lange zinnen in, maar dat is totaal geen bezwaar. Wat een boek. Dat is nog eens schrijven!