Op de voorkant staat de beroemde icoon van Rublev. Dat is niet voor niets. Rohr kiest zijn uitgangspunt in deze icoon. De goddelijke Drie-eenheid wordt er op afgebeeld. Maar Rohr weet ons te vertellen dat het raadselachtige rechthoekje dat onder de tafel wordt afgebeeld (hier niet goed te zien; zoek de icoon op Google) oorspronkelijk de plaats was van een spiegeltje. Wie de icoon bekeek zag ook zichzelf! Het drukt uit: ook jij wordt opgenomen in de dans van de goddelijke drie-eenheid.
Het beeld van de drie-eenheid als dans komt uit de oosterse theologie. ‘Perichoresis’ was de griekse term. Je herkent er het woord choreografie in. Vader, Zoon en Geest vormen een kring, een rondedans. En dans waarin wij mee mogen doen.
De gedachte van de drie-eenheid heeft onder ons het tij niet mee. In de theologie en dogmatiek wordt ze vaak behandeld alsof het een vorm hogere wiskunde is. En van de weeromstuit staat ze dus voor anderen in de verdachte hoek van onnodige moeilijkdoenerij. Maar Rohr doet bijna 300 pagina’s lang zijn best om te laten zien dat het in het drievoudig spreken over God gaat om een rijk mysterie dat diepe vreugde biedt. En wat mij betreft slaagt hij daarin.
Zijn enthousiasme gaat af en toe weleens met zichzelf op de loop. Op die momenten verschijnen in mijn exemplaar de vraagtekens in de kantlijn (ik lees met potlood). Dan is Rohr weleens wat zweverig of vaag. Maar ik noteerde meer uitroeptekens bij prachtige en verrassender uitspraken. Zoals deze: ‘God heeft er velen die de kerk niet heeft, de kerk heeft er vele die God niet heeft.’ Of deze: ‘Voor God is onmogelijk om Jezus niet in jou te zien.’
Kern van zijn betoog is: God is relatie. Dat is in de westerse traditie nooit echt goed doorgedrongen. Wij zijn beïnvloed door Aristoteles die ‘substantie’ als kern van alles zag. Vandaar ons individualisme. Maar Rohr kiest de positie van Martin Buber. Deze typeerde het denken van Aristoteles als een Ik-Het-relatie. Maar de Ik-Gij-relatie is wezenlijker.
God is in zichzelf een Ik-Gij-relatie. Daarom kan God nooit als een Het gezien worden. Dat schreef Buber al. Maar Rohr trekt dat door: God kan ook in óns geen object zien. Dat wil zeggen: wij zijn al be/getrokken in de goddelijke stroom. Al kunnen we ons daaraan onttrekken. Dat is dan zonde, in de dubbele zin van het woord.
De grote verdienste van dit boek is dat het het hiërarchisch denken over God doorbreekt. De God bovenaan de top van de hiërarchie is niet anders dan Zeus, in het westen vaak geïdentificeerd met Deus. Maar de drie-enig God omvat en doortrekt heel de schepping en neemt haar op in de goddelijke dans.
De schrijver weet de zaken eenvoudig te verwoorden én te verbinden met ons dagelijks leven. Hij schreef dan ook een aanstekelijk boek dat ik van harte aanbeveel - ook en juist voor hen die het spreken over een drie-enig God achter zich lieten. Bij mij zal het in ieder geval hoog eindigen op mijn jaarlijstje. Bono heeft gelijk.
Voor een gesprek met Richard Rohr over zijn boek, zie hieronder. Daaronder het prachtige gedicht dat Rowan Williams, de vroegere Anglicaans aartsbisschop van Canterbury, schreef over de icoon van Rublev.
[embed]https://www.youtube.com/watch?v=U1rA_gOgcjs[/embed]
Rublev, van Rowan Williams
One day, God walked in, pale from the grey steppe,
slit-eyed against the wind, and stopped,
said, Colour me, breathe your blood into my mouth.
I said, Here is the blood of all our people,
these are their bruises, blue and purple,
gold, brown, and pale green wash of death.
These (god) are the chromatic pains of flesh,
I said, I trust I shall make you blush,
O I shall stain you with the scars of birth
For ever, I shall root you in the wood,
under the sun shall bake you bread
of beechmast, never let you forth
To the white desert, to the starving sand.
But we shall sit and speak around
one table, share one food, one earth.

Boek
Fokke Obbema: De zin van het leven. Gesprekken over de essentie van ons bestaan
Volkskrant-journalist Fokke Obbema kreeg in 2017 in zijn slaap een hartstilstand. Gelukkig was zijn vrouw wakker. Zij belde onmiddellijk 112. De mevrouw die zij aan de lijn kreeg, gaf aanwijzingen bij het reanimeren. Ondertussen waren de hulpdiensten al uitgerukt. Obbema overleefde. Maar in het verwerkingsproces daarna drong de vraag naar de zin van het leven zich aan hem op. Hij besloot anderen de vraag ook voor te leggen. Het resulteerde in een mooie serie interviews die nu gebundeld zijn.
16 oktober 2019

