Het boek is van grote schoonheid. Zwagerman was een zeer erudiet mens. Een kijkdier. Wie bijgepraat wil worden over de beeldende kunst, heeft aan dit boek voorlopig voldoende. Wat een kennis blijkt hij in zich opgehoopt te hebben! Ik was daar temeer van onder de indruk omdat ik al eerder zijn ‘Americana’ las waarin hij zich al een groot kenner toonde van de Amerikaanse kunst, ja, maar ook van de Amerikaanse literatuur én popmuziek!
Een alleseter dus. Op het manische af. Wie manisch is, wordt vaak meegesleept door zijn eigen obsessies. Maar dit laatste geldt dan weer niet voor Zwagerman. Hij weet nauwkeurig koers en tempo te houden te midden van de vele indrukken die hij opdoet in de kunst. Met grote subtiliteit weet hij beelden die hem pakten te vangen in taal. Dat is te meer een kunst omdat de beelden die hij bespreekt raken aan het ‘onbereikbaar nabije’ (ik leen de woorden van K. Schippers op de achterflap). Je zou zeggen: dan vallen woorden stil. Stilte is dan ook een van de belangrijkste motieven in dit boek, zoals ook de titel trouwens al laat zien. Maar zelden trof ik zoveel treffende woorden voor de stilte waaraan de door Zwagerman besproken kunstwerken trachten te raken.
Het boek is ook een feest voor het oog. De meeste schilderijen die besproken worden, staan afgebeeld. Zo leerde ik het werk van voor mij onbekende kunstenaars kennen én bewonderen: Mira Schendel, Willem van Althuis, Rob Nypels. Ik kwam oude bekenden tegen: ‘Christina’s World’ van Andrew Wyeth dat ik een aantal jaren geleden in het MOMA zag, maar nu pas door Zwagermans essay beter leerde kennen.
Hoeveel kunstwerken kan een mens in zich opnemen? In zijn inleiding vertelt de schrijver over een theologische discussie in de middeleeuwen. Het ging over de vraag hoeveel dansende engelen zich op een speldenpunt bevinden. Oneindig, meende een theoloog. Zelf denkend aan kunstwerken sluit Zwagerman zich bij hem aan: in zijn geheugen dansen een oneindig aantal kunstwerken. Maar dat niet alleen, voeg ik er aan toe: Zwagerman heeft ook onnoemelijk veel gelezen óver de kunstenaars en hun werk. Gevoegd bij zijn enthousiasme maakt dit alles het lezen van zijn boek tot een groot genoegen.
Wat dat alles met God te maken heeft? Zwagerman zoekt vooral de mystieke kant van de kunst. Niet alleen: zie het woord 'onbehagen' in de ondertitel. Maar het is vooral de hang naar het religieuze die het wint. ‘Stilte’ en ‘licht’ zijn dan ook begrippen die sterk religieus geladen (kunnen) zijn. Meerdere malen citeert hij de grote mystici (Meister Eckhart, Johannes van het Kruis) die in de stilte, de leegte en het duister het licht van God zochten.
Het laatste afdeling van het boek kreeg als titel ‘Verdwijnen’ mee. Zwagerman bespreekt er kunstwerken die reiken naar het niets, naar áfwezigheid. Daar kreeg het boek voor mij ook iets onheilspellends. Alsof niet alleen zijn religieuze gedichten zich in dit boek al aankondigen, maar ook zijn naderende zelfgekozen dood zich al aftekent. Of dat de wetenschap is van iemand die achteraf gemakkelijk praten heeft, weet ik niet. Wat wel vaststaat dat de stem van Zwagerman niet meer zal klinken. Wat een verlies! Allereerst natuurlijk voor zijn dierbaren, maar ook voor de Nederlandse literatuur. Zwagerman was essayist van uitzonderlijke niveau.
(Wie benieuwd is naar welke schilderijen Zwagerman bespreekt, kijkt dan bijvoorbeeld eens naar deze documentaire over Willem van Althuis. Ook wie het Fries niet machtig is, kan het grootste gedeelte volgen:)
[embed]https://www.youtube.com/watch?v=XV_Usfqtzn0[/embed]

Column
Alles zal goed komen?
De ansichtkaart staat sinds 1 januari op mijn bureau. Ik nam hem mee uit een museum. Het is screenshot uit een beroemde video van kunstenaar Guido van der Werve (oorspronkelijk uit mijn geliefde Papendrecht). De video uit 2007 is getiteld ‘Nummer acht’.
10 januari 2024

