Haar biografe, Mieke Koenen, is niet alleen een kenner, maar ook een groot bewonderaar van het werk van Gerhardt. Toch is haar boek geen hagiografie geworden. Ze wist kennelijk de juiste afstand te houden tot haar onderwerp om een afgewogen beeld van de dichteres te schetsen.

Menig bewonderaar heeft lang uitgekeken naar deze biografie. ‘Eindelijk!’ dacht ook ik. En ik werd niet teleurgesteld. Koenen heeft niet alleen een vaardige pen, maar weet ook een aantal zaken uit het leven van Gerhardt verder in te kleuren waardoor het beeld van het leven en werk van de schrijfster nog helderder wordt.

Ik denk bijvoorbeeld aan de gespannen relatie met haar moeder waar de dichteres een leven lang last van heeft gehouden. Koenen brengt daarover een aantal zaken voor het voetlicht die het totale beeld inzichtelijker maken. Ook van het kerkelijk leven van Gerhardt en haar vriendin Marie van der Zeyde krijgen we eindelijk een indruk – ik wist er althans niets van.

Koenen bespreekt ook uitvoerig het ontstaan van de dichtbundels die Gerhardt schreef. Ze heeft veel aandacht voor de grote toewijding waarmee Gerhardt haar poëzie schreef. Want aan toewijding had Ida Gerhardt geen gebrek. Ze beschouwde de kunst als haar hoge roeping waarvoor alles moest wijken.

Die overgave aan de poëzie kan ons verzoenen met haar schaduwzijden. Want wat een prachtige gedichten heeft dit gekwelde leven opgeleverd! Veel van die gedichten krijgen na het lezen van de biografie nog meer reliëf. Iedere bewonderaar van Gerhardt zou haar dan ook moeten lezen.