Erdrich vertelt het verhaal over het Turtle Mountain-reservaat dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw bedreigd wordt met opheffing. Een oud verdrag, dat de bevolking het recht (en plicht!) gaf om op een beperkt maar eigen terrein te leven en te werken, zal terzijde worden geschoven. Deze ‘terminatie’, zoals het in het boek genoemd wordt, zal 113 stammen het slachtoffer maken, zo zal Erdrich in het nawoord vertellen. En ik voeg er maar meteen aan toe: deze geschiedenis zal zich voortzetten tot onder de regering van Donald Trump. Kortom, het verhaal van Erdrich is exemplarisch.

De Chippewa-indianen komen in (geweldloos) verzet. Spil in het verhaal is Thomas Wazhashk, nachtwaker in een fabriek. Hij is ook stamhoofd en zal de oppositie tegen de dreigende opheffing leiden. De tweede spil in het verhaal is Pixie (die liever Patrice wordt genoemd): een verlegen, intelligent meisje. Thomas is haar oom.

Ondanks het feit dat het verzet tegen de dreigende opheffing de rode draad vormt van de roman, leren we via de twee hoofdrolspelers tal van bewoners kennen: de boksleraar die verliefd is op Pixie, haar moeder, haar collega’s, Wood Mountain: de jongen die ook een oogje op haar heeft.

Thomas is ouder dan Pixie en via hem en zijn gezin komen we vooral in aanraking met een eerdere generatie. Maar samen vormen al deze mensen een netwerk dat Erdrich behendig beschrijft in korte hoofdstukken, waarin het perspectief telkens iets verspringt. Daardoor leer je ze goed kennen, de mensen van Turtle Mountain. Ik wil zelfs wel zover gaan dat ik me min of meer bezoeker van het dorp ging voelen: ‘Naar wie of wat gaan we in dit hoofdstuk?’ Nou, dan kun je schrijven!

Een belangrijke deel van het boek gaat over de zoektocht van Pixie naar haar zus, die vermist wordt in Minneapolis. Het brengt haar in gevaarlijke situaties waarin misbruik van vrouwen en criminaliteit in het algemeen op de loer liggen. Pixie zal er ternauwernood aan ontkomen.

Een delegatie van het dorp gaat op een zeker moment naar Washington om daar te pleiten voor handhaving van het reservaat. Daar vindt de confrontatie plaats met Arthur V. Watkins, Republikeins senator die verantwoordelijk is voor de nieuwe plannen (is historisch!). Hoe die ontmoeting afloopt, is aan de lezer. Maar veel goeds heeft de blanke wereld niet in petto (zoals trouwens ook Ernath en Vernon, twee Mormoonse zendelingen die het dorp bezoeken, laten zien).

Erdrich is er in geslaagd je vooral van binnenuit kennis te laten maken met de Indiaanse cultuur: het dagelijks leven en haar gewoonten, de rituelen en het spirituele leven waarin overledenen verschijnen en ook dieren kunnen spreken. Er gaat een eeuwenoude eerbied voor het leven vanuit en dat maakt het lezen van het boek ook tot een zachte ervaring, al weet je dat die genoemde eerbied door het moderne leven zal worden aangetast.

Het is dan ook vooral de tragiek die je bijblijft. De armoede, de ongeletterdheid, het alcoholisme, de discriminatie - te midden van grote problemen proberen mensen er toch wat van te maken, maar je voelt dat het een uitzichtloze strijd is. De cultuur van de Indianen staat op het punt van verdwijnen. Dat Indianen zich op een waardige manier daartegen verzetten, roept mededogen op. Dat maakt deze roman tot een monument van humaniteit. En - met de recente onhullingen over verschrikkingen jegens indianen in Canada in het achterhoofd - ook tot hoogst urgénte literatuur.