Een lied is meer dan de biografische oorsprong. Maar ik moet eerlijk zeggen: zoveel van zijn ziekte hoor ik ook niet echt in de liedjes op dit album. Dat komt misschien ook omdat Joe Henry cryptische teksten schrijft. Dat kan een tekort zijn. Ik heb dat bijvoorbeeld bij de teksten van BLØF. Goeie jongens. Muzikale vaklui ook. Maar de teksten? In mijn oren toch een beetje pseudopoëzie. Maar dat is bij Henry niet het geval.
Je hoeft dan ook niet altijd alles (meteen) te begrijpen om iets mooi te vinden. Veel gedichten van Hugo Claus begrijp ik ook niet (meteen). Maar ze hebben een muzikaliteit die betovert. Daar vergelijk ik de liedteksten van Henry maar mee. Met als surplus dat er ook nog letterlijke muziek onder zit.
Het is wel gestripte muziek. Het vroegere werk van Joe Henry was muzikaal rijker georkestreerd. Op de laatste drie soloalbums (ik tel dus ‘Shine a Light’ met Billie Braggs niet mee: wat mij betreft een misstap) zijn het vooral de akoestische gitaar, piano en saxofoon die de songs begeleiden. Bas en drums zijn afwezig. Een elektrische gitaar wordt zelden ingezet. En de akoestische gitaar die Henry gebruikt valt op door de twangende en vaak donkere tonen. Die tonen vallen hier op hun plek.
‘The Gospel According to Water’ is voor mij van de genoemde trilogie het hoogtepunt. Het is meteen al raak met het openingsnummer ‘Famine Walk’. Telkens eindigt elk couplet met de woorden ‘that I once called my own’. Alsof hij terugkijkend ziet dat hij een ander is geworden. En wat een melancholie spreekt er uit de verstilde muziek!
Verstild is hier het juiste woord. Het is alsof de songs uit stilte zijn geboren. Zoiets schrijft hij ook in de liner notes. Maar ook zonder die toelichting voel je het. Luister bijvoorbeeld naar ‘In Time for Tomorrow’, wat mij betreft de mooiste song. Hier merk je het meest wat hij heeft meegemaakt: 'I came here for the funeral of all sorrow', en: ‘It is not my season, still could be my glory’. Laat de woorden ‘could be’ maar weg wat mij betreft.
Henry laat zich op dit nummer vocaal begeleiden door Allison
Russell en JT Nero, die samen de groep ‘Birds of Chicago’ vormen. Henry
produceert hun werk. Want ja, dat is ook een kant van dit multitalent: Joe
Henry is een gevierd producent. Goeie greep trouwens: die vocale begeleiding.
Wat mij betreft had dat meer gemogen.
Zo kom ik bij de enige opmerking die ik heb bij dit album. Het is het hoogtepunt van een trilogie, maar ik hoop dat een opvolger (ik ga er vanuit dat die Henry en ons gegeven wordt!) muzikaal weer iets diverser zal zijn. Henry hoeft niet terug naar oude perioden, zoals bij Trampoline (1996). Het is juist een kracht als een artiest zich vernieuwt. Maar het mag wat mij betreft instrumenteel wat voller. Dat dit niet in mindering hoeft te komen op uit stilte geboren liederen laat bijvoorbeeld een nummer als ‘God Only Knows’ (niet die van de Beach Boys!) uit 2007 zien. Alleen al bas en drums geven meer diepte.
En over God gesproken: het werk van Henry kent een sterk spirituele inslag. Dat was ook op dit album te verwachten. Het is veelzeggend dat in het bijbehorende boekje van de cd op de middenpagina een Mariabeeld met kind staat afgebeeld. En de laatste regel van elk couplet van het slotnummer luidt: ‘please pray for me’. Ik hoop dat veel mensen dat doen. Danken mag ook wat mij betreft: voor een schitterend album.


