Rode draad in zijn leven zijn de vrouwen met wie hij in de loop der jaren een relatie had. Maria en Adele springen daar uit. Adele was een vrouw die hij in zijn jonge jaren trof en met wie hij een korte relatie had. Uit wanhoop om zijn ontrouw probeerde zij zich het leven te benemen. Ze overleeft het, maar hij zal nooit meer iets van haar vernemen.

Maar telkens komen de herinneringen aan haar boven. En vooral het bijbehorend besef tekortgeschoten te zijn. Zijn latere vrouw Maria, zelf psycholoog, zal hem daar vanaf proberen te praten. Maar het lijkt wel alsof het tekort alleen maar groeit: ook zijn huwelijk met Maria zal stranden.

Het verhaal kent regelmatig korte gedachtestromen of gesprekken van een te hoog abstract gehalte. Ik vond dat soms hinderlijke en ook onnodige onderbrekingen. Maar al snel kreeg de verhaallijn me dan weer te pakken en voerde me met grote snelheid mee.

Het knappe van het boek vind ik dat het een betrekkelijk normaal leven beschrijft. Veelzeggend is dan ook dat we de naam van de hoofdpersoon niet krijgen te horen. In een bepaald opzicht blijft hij gezichtsloos – net als de ‘voorsteden’ die telkens het decor vormen van zijn leven. Hij kan iedereen zijn.

Dat alles maakt het tot een bijzonder boek – vooral omdat het het tekort toont van dit ‘gewone’ leven. De relaties die de hoofdpersoon had mislukten. Maar tegelijk schetst de hoofdpersoon liefdevolle portretten van de vrouwen die zijn leven kleurden. Het boek eindigt in Rome. De hoofdpersoon ontvlucht er zijn zestigste verjaardag. Maar dan volgt een bijzondere ontmoeting. Zelf lezen, zou ik zeggen!