Eerst maar eens het verhaal. Op een dag komt een oude man genaamd Theo naar het plaatsje Golden in het zuiden van Amerika. Hij ziet in het plaatselijke koffiehuis geschilderde portretten hangen van dorpsbewoners. Hij besluit voor langere tijd te blijven en die portretten te kopen en te schenken aan de geportretteerde zelf. Hij koppelt die schenkingen aan een gesprek waarbij hij de desbetreffende persoon beter leert kennen.
Zo leert ook de lezer tal van dorpsgenoten kennen. Een mooie kapstok om een roman aan op te hangen. Want de door het verhaal beschreven mensen vormen - net als de schilderijen - ook mooie portretten. Zo maken wij kennis met een accountant, een dakloze, een leraar, een meisje, etc. Drieënveertig mensen in totaal, al krijgen ze in de roman niet allemaal een rol.
In de kritieken op het internet lees ik dat veel mensen het boek te religieus vinden. Anderen temperen dat. Er is hoogstens sprake van religieuze elementen, wordt gezegd, maar dat wordt niet storend gevonden. Kenmerkend: het mag wel religieus zijn, maar niet teveel. Maar religieus is het boek in mijn ogen zeker, en daar is nu juist niks mis mee. Ik komt daar zo op terug.
Wat mij af en toe stoorde was dat het boek sentimentele valkuilen niet weet te vermijden. Het is bovendien allemaal zo positief. De geportretteerden zijn allemaal zo vlekkeloos.
Alle drieënveertig ontvangers hadden te horen gekregen dat er een heilige in hen school.
Ook de ontknoping, die ik hier niet zal verraden, is een beetje te mooi om waar te zijn. Maar – en nu komt het positieve – het boek leest ontzettend prettig. Levi heeft een meeslepende schrijfstijl. Ik las het in één adem uit. Kennelijk halen die sentimentele valkuilen de snelheid er bij mij als lezer niet uit.
Dan nog even over dat religieuze. Ik kan niet anders dan in de hoofdpersoon een manifestatie van God zien. De naam Theo wijst daar al op. Gecombineerd met het feit dat onze hoofdpersoon niets dan goeds doet, leidt dat onvermijdelijk tot de conclusie: het is naar zijn aard een religieus boek. Of zoals de dorpsbewoners zeggen: ‘Voor ons zal hij (Theo) altijd het gezicht van de hemel zijn’. Dat een roman zich zo’n religieuze inslag durft veroorloven, juich ik alleen maar toe.
De auteur Allen Levi (hij is musicus, begreep ik) schreef dit boek voor zichzelf. Vrienden die het lazen spoorden hem aan het in eigen beheer uit te geven. De rest is geschiedenis. The New York Times schreef: ‘Theo in Golden is een echte mond-tot-mond megahit.’



