Russ Hildebrandt is hulpprediker in een liberale gemeente. Hij is getrouwd met Marion en samen hebben ze vier kinderen. We treffen hen als het 23 december 1971 is. Het gezin is druk bezig met het inkopen van Kerstcadeaus. Maar echt vredig is de sfeer in het gezin niet.

Het huwelijk tussen Russ en Marion vertoont barsten. Dat wordt niet beter als Russ in de ban komt van een gemeentelid, een jonge weduwe. Hij is bovendien in conflict met Ambrose, de leider van de jongerengroep ‘Crossroads’ die mateloos populair is onder jongeren - ten koste van Russ, althans: zo voelt hij dat.

Crossroads – het woord is gevallen. Zo heet de roman ook in het Engels. Het is bijzonder om te zien hoe Franzen speelt met dat woord. Want elk van de gezinsleden bevindt zich op een kruispunt in zijn of haar leven. Die kruispunten zullen ook nogal wat pijn veroorzaken – een betekenis die onlosmakelijk verbonden is het met kruis van Christus. Maar Crossraods is ook de legendarische plek bij het Amerikaanse Clarksdale waar naar verluidt blueszanger Robert Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht om een beter gitarist te worden – zijn naam zal een keer genoemd worden. Zo zal ook een aantal gezinsleden in de verleiding van het kwaad komen. Franzen weeft deze draad prachtig door een vertelling waarin de verhaallijnen bovendien nog eens kunstig door elkaar lopen.

Clem, de oudste zoon in het gezin, keert het geloof van zijn ouders de rug toe, maar heeft zijn eigen worsteling: naar Vietnam gaan of niet? Dochter Becky is een voorbeeldige, veelbelovende tiener, maar zij zal de meeste afstand nemen van het gezin. En dat ondanks het feit dat juist zij het geloof trouw blijft – dankzij een religieuze ervaring die Franzen mooi beschrijft. Perry is het zwarte schaap. Hij is verslaafd en zal het gezin de meeste schade berokkenen. En dan is er nog Judson, de jongste telg in het gezin. Hij is te jong om een kruispunt in zijn leven mee te maken.

Moeder Marion ondertussen maakt haar eigen crisis door. Zij voelt zich afgewezen door Russ en zijn flirt met het gemeentelid en voelt zich dik en oud. Ze gaat op zoek naar haar jongere zelf. Toch komen Russ en zij weer bij elkaar. Maar dan is er inmiddels veel gebeurd. Geen van hen komt er dan ook ongehavend doorheen.

Een weergaloos goede roman, waarbij Franzen in één pennenstreek situaties kan schetsen, zoals wanneer Becky een collega van haar vader afvalt (‘Gelooft die man eigenlijk wel in God?’) en Russ tegenwerpt dat hijzelf wel in God gelooft. Becky:

Misschien moet je het dan wat vaker over je relatie met Hem hebben, en wat minder over wat er in de krant staat.

Menig liberaal predikant kan die in zijn zak steken.