RICHARD WILBUR (1921 – 2017)

October Maples, Portland

The leaves, though little time they have to live,

Were never so unfallen as today,

And seem to yield us through a rustled sieve

The very light from which time fell away.

A showered fire we thought forever lost

Redeems the air. Where friends in passing meet,

They parley in the tongues of Pentecost.

Gold ranks of temples flank the dazzled street.

It is light of maples, and will go;

But not before it washes eye and brain

With such a tincture, such a sanguine glow

As cannot fail to leave a lasting stain.

So Mary’s laundered mantle (in the tale

Which, like all pretty tales, may still be true),

Spread on the rosemary-bush, so drenched the pale

Slight blooms in its irradiated hue,

They could not choose but to return in blue.

(Uit: Collected Poems 1943 - 2004)

Dit gedicht van de Amerikaan Richard Wilbur is een van de mooiste oktober-liederen die ik ken. Het gaat over het licht dat door de herfstbladeren van de esdoorn valt. Maar let op de religieuze verwijzingen: ‘unfallen’, ‘from which time fell away’, ‘redeems’, ‘tongues of Pentecost’, ‘temples’. De eeuwigheid dient zich aan in de straat waarover dit licht valt. Een epifanie. Het kan niet anders of – ik zeg het in mijn eigen woorden – een mens wordt gedoopt in en dus veranderd door die bloedrode gloed. Ook weer zo’n religieuze hint: bloedrood. Het is natuurlijk een verwijzing naar het bloed van Christus.

Maar dan die vierde strofe. Het spoor van het gedicht heeft ineens een verrassende wissel – een wissel die de religieuze inslag van de vorige strofen onderstreept en tegelijk een subtiele wending geeft. Wilbur refereert hier aan een middeleeuwse fabel waarvan verschillende versies bestaan. Die lijkt Wilbur hier te combineren. Maria zou op haar vlucht naar Egypte zich voor gevaar moeten hebben verstopt. Ze deed het achter een rozemarijnstruik. De bloemen van de struik – zo gaat het verhaal – namen de kleur van de blauwe mantel van Maria aan, zodat Maria verborgen bleef. In een ander verhaal legt Maria de kleertjes van Jezus te drogen over een rozemarijnstruik. Daardoor werden de bloemen, die eerst wit waren, nu blauw.

Het gedicht lijkt daarmee te willen zeggen: zoals de rozemarijnstruik sindsdien niets anders kan dan blauw bloeien, zo verandert de epifanie van het oktoberlicht door de esdoornbladeren ook ons/de dichter voorgoed.

Wilbur was Anglicaan,
maar zuinig met religieuze verwijzingen in zijn gedichten (‘It’s harder nowadays
to write poetry that lies comfortably and coherently within the boundaries of
some particular faith’, than it used to be’). Maar als hij zich eraan
waagde, klonk/klinkt het altijd authentiek en verrassend.