MARJOLEINE DE VOS
Advent
Wie wacht weet nooit waarop
want steeds is alles anders.
Je wou rustige grond zijn
klaar voor de zaaier maar
niemand komt. Die stem ben je zelf
je zingt een oud lied van vrede.
Welke vrede. Je buigt het hoofd
knielt eerlijke woorden fietst
naar huis geen engel te zien.
Prijs dan de uren, als niet de jaren
hang straks in de kerstboom
een bescheiden bazuin.
(Uit: Zeehond graag – 2000)
Advent – tijd van verwachting. Die bereidheid om te
(ver)wachten is er in dit gedicht: ‘Je wou rustige grond zijn / klaar voor de
zaaier’. Maar de verwachting blijft onbeantwoord. Ook tijdens en na een kerkbezoek.
Een lied van verlangen naar vrede blijft alleen maar een lied. Hoewel?
De tweede strofe begint met de vraag: welke vrede? Want misschien moet advent niet draaien om de grote vrede. De jaren lijken die namelijk niet dichter bij te brengen. Dan maar de vrede van het kleine leven en haar uren. Geen triomfantelijke maar een bescheiden bazuin luidt het zachtjes in. Ik zie ineens dat bazuintje dat vroeger thuis bij mijn ouders in de kerstboom hing.


