GERRIT ACHTERBERG
November
De nederige dagen van november
zijn weer gekomen, grijze als een emmer;
tevreden met het licht dat minderde
op de gezichten van de kinderen.
De wereld heeft derde dimensie over.
Stakerig staan de bomen zonder lover.
Door iedereen van ver te onderkennen,
moeten wij aan het nieuwe platvlak wennen
en lopen groot voorbij de kale heg.
De fietsen rijden hoog over de weg.
Verwintering gaat zienderogen door.
De eerste kouwe handen komen voor.
Geslachte varkens hangen te besterven;
ontnuchteren de paarse boerenerven.
De protestantse dagen van november
dragen geen heiligen op de kalender.
Een rij weesjongens met gelijke trekken.
In 't lege land opengebleven hekken.
Weduwen, terend op een schraal pensioen.
Gemeentewoningen die weinig doen;
Toon van november knalt het jagersschot.
Verder en verder valt een deur in 't slot.
Eerlijke kerken houden voor 't gewas
dankstonden achter dun, armoedig glas.
Alles wordt enkeling. Een eigen graf
wacht op het kerkhof zijn bewoner af.
Huizen verwijderen zich van elkaar.
Wij kijken in de gaten van het jaar.
Halverwege noemt Achterberg de dagen van november ‘protestants’. Dan weet je het zeker: het wordt geen feest. Het protestantisme is bij Achterberg dat van het steile calvinisme met zijn nadruk op soberheid, donkerheid en vergankelijkheid. En niet te vergeten: de naakte verenkeling waarmee je voor God staat. Dat alles vind je in het gedicht terug. Met wat mij betreft als apotheose: Een eigen graf / wacht op het kerkhof zijn bewoner af.
Met die tonen van het protestantisme tekent Achterberg de
dagen van november. De wereld wordt leger. Ze heeft een derde dimensie over:
door het verdwijnen van het groen en gewassen wordt het uitzicht weidser en
donkerder. Vertel mij als bewoner van de Hoeksche Waard wat.
Uit de eerste versie die in 1954 in De Gids verscheen, kun je nog beter opmaken dat de 'weesjongens', 'opengebleven hekken', 'weduwen' en 'gemeentewoningen' uit de negende en tiende strofe metaforen zijn voor de protestantse novemberdagen. Beeldkracht in hamerslagen!
Bij het gedicht als geheel zie ik in gedachten de tekeningen die Van Gogh maakte in Drenthe en Brabant: donkere tinten, eenzame mensen, vaak gebogen, in een desolaat landschap. Maar ook donkerheid kan schoonheid opleveren. Zo ook in het gedicht van Achterberg over nederige dagen.


