Nu naar afgelopen zondag. Het ging in de dienst over de engelen die Jezus in de woestijn om zich heen voelde. De onlinedienst was al voor een groot deel achter de rug. Maar ineens zie ik vanaf mijn plek achter de liturgietafel een vrouw met vijf kinderen een van de lege kerkbanken inschuiven.
Ik schrik. Normaal hebben we de deur tijdens de dienst altijd op slot. Kennelijk nu niet. Ik zie de koster naar de vrouw toegaan. Ze lopen samen even de kerk uit, maar komen onmiddellijk ook weer terug. Ik zie een van de meisjes naar me zwaaien. Ik herken de vrijmoedige ogen! Ik zwaai terug.
Na afloop hoor ik wat ze kwamen doen: bidden en een kaarsje opsteken. Ze hebben het einde van de dienst afgewacht en zijn inderdaad met z’n allen een kaarsje gaan opsteken en ze hebben gebeden. Voor wie of wat weet ik niet. Na afloop ging de moeder gehaast weg. Maar het meisje met de stralende ogen, sprak me bij het weggaan aan: ‘We waren hier eerst ook! Toen hebben we ook gebeden!’
En inderdaad, toen de kinderen de eerste keer kwamen en van me hoorden dat onze kerk een plek van gebed was, had het meisje gevraagd: ‘Wilt u dan met ons bidden?’ - ‘Waar zullen we voor bidden?’ vroeg ik. ‘Tegen de corona.’ En toen heb ik omringd door de kinderen in de hal bij de deur (ze mochten vanwege corona niet verder komen) het gesprek van de Eeuwige met kleine mensenkinderen gezocht. Tevreden gingen ze na afloop weg: ik had het goed gedaan.
Soms lopen engelen letterlijk bij je binnen.


