Maar vorige week hield ik het niet meer. En mijn vrouw was er nog ernstiger aan toe. We wilden er naartoe! Hem ruiken! Vasthouden! Knuffelen! Video-bellen? Mooi, maar in zo’n geval wil je er real life bij zijn. Maar ja, de enigen die naar Duitsland toe mogen, zijn zakenlieden. Je hebt dan nog wel een non-Covid-verklaring nodig. Maar ik ontdekte toch een mogelijkheid.

De deelstaat Niedersaksen staat zonder verdere regels grensverkeer
toe, mits je binnen 24 uur weer teruggaat. Nou, zo gezegd zo gedaan. Onze
schoonzoon informeerde voor de zekerheid ook nog even bij de Bundespolizei. Het
mocht, al wordt het wel ontmoedigd. Maar daardoor lieten we ons niet meer
tegenhouden.

Wij een hotelletje vlak voor de Duitse grens geboekt om de volgende morgen zo vroeg mogelijk op de plaats van bestemming te zijn. De volgende dag reden we om acht uur de Autobahn op. We waren afgezien van het vrachtverkeer zo’n beetje de enige Nederlanders.

Na tweeëneenhalf uur waren we op de plaats van bestemming.
Onze dochter drukte de kleine Jonathan meteen in onze armen. We hebben hem die
dag niet meer losgelaten. Hij ging van oma naar opa en weer terug. Wat een
heerlijk mannetje! Wat een geluk! Ons hart juichte.

Tegen de avond vertrokken we weer. Het was loeidruk met vrachtverkeer, de regen kwam met bakken uit de hemel, de Autobahn kent geen zoab en is grotendeels onverlicht. Maar het maakte ons niet uit. Ons hart zong nog steeds.